andreasdegner
Hallo,
Ik heb gisteren een kleine testsessie gedaan om de lith-geschiktheid van verschillende Adox-papieren te onderzoeken. Ik heb Easy Lith gebruikt in de verdunning A+B+water=1+1+40, dus 1+20. Ik heb een negatief vergroot dat relatief weinig contrast heeft vanwege onderontwikkeling (ik heb gradatie 5 nodig voor conventionele vergroting).
Ik was teleurgesteld over de Adox MCP: ik had 3 teststroken met normale belichting, +1 diafragma en +2 diafragma's. De beeldontwikkelingstijd was vrij kort bij de strook met de +2 diafragma's. Op een gegeven moment waren de hoge lichten doorgetekend, maar de hoge dichtheden wilden maar niet opkomen, zelfs niet na 15 minuten. Er lijkt iets niet te werken, vooral omdat de beeldtoon vrij dicht in de buurt komt van het neutraalgrijs van de conventionele ontwikkeling.
Vraag: Hoe ontwikkelt u de MCP? Welke verdunning, overbelichting, ontwikkeltijd?
Mijn teleurstelling werd echter gecompenseerd door de (bijna identieke) resultaten met Adox Vario Classic PE (Easy-Print-serie) en Adox Fine Print Vario Classic (Baryt). Met de PE-variant bedoel ik de met het grijze etiket (donkerrood duka-licht), niet de blauwe. De naamgeving is wat ongelukkig. De resultaten kwamen precies overeen met die welke ik met mijn oude Agfa MCC had behaald! Dezelfde kleurtoon (een aangenaam zacht beige in de lichte delen) en chocoladebruine zwarttinten, met wat pittige overgangen naar de middentonen. Ook de onaangenaam lange ontwikkeltijd van >20 min was ongeveer hetzelfde als bij de MCC. Met de 2 stops overbelichting ontstonden scherpe contrasten, wat goed bij het motief paste. Ik ga binnenkort eens testen hoe het papier zich gedraagt bij flinke overbelichting. In ieder geval zouden de ontwikkeltijden dan korter moeten worden.
Toen ik tot slot nog een vergroting van 30x40 maakte (na de fragmenten had ik zin in een mooie foto), moest ik maar liefst 40 minuten wachten tot de foto volledig ontwikkeld was. Dat kwam waarschijnlijk ook door de uitputting van de ontwikkelaar en de gedaalde temperatuur in de groene bak.
Conclusie: als het me nog lukt om de ontwikkeltijden te verkorten, dan worden deze twee laatste papiersoorten mijn absolute favorieten voor lith-printen!
Wat zijn jullie ervaringen met deze papiersoorten bij lith-printen?
Groeten
Andreas
WolfgangMoersch
Hallo Andreas,
De MCP doet geen lith-print – jammer, maar daar is niets aan te doen, ook niet door voorverwarmen of andere trucjes.
De Vario Classic heeft wat tijd nodig; bij een verdunning van 1+20 zou het niet veel langer dan 10 minuten moeten duren voordat het zwart zichtbaar wordt. Bij dit papier heeft een hoge lichthoeveelheid geen duidelijke invloed op de beeldkleur, daarom gebruik ik hier sterkere oplossingen (1+8 tot 1+10) en kom ik dan uit op 7-8 minuten. Omdat de Classic, in tegenstelling tot "warmtoonpapieren", ook in de lichten voldoende zilver opbouwt, laat hij zich heel goed (ook indirect – na bleken) tonen. Dat kan behoorlijk kleurrijk worden, of juist heel subtiel gekleurd. Het is dus niet nodig om je tijdens het ontwikkelingsproces te kwellen – het tonen is binnen enkele minuten klaar.
Groeten
wm
andreasdegner
Hallo Andreas,
de MCP doet geen lith-print – jammer, maar daar is niets aan te doen, ook niet door voorverwarmen of andere trucjes.
De Vario Classic heeft wat tijd nodig; bij een verdunning van 1+20 zou het niet veel langer dan 10 minuten moeten duren voordat het zwart zichtbaar wordt. Bij dit papier heeft een hoge lichthoeveelheid geen duidelijke invloed op de beeldkleur, daarom gebruik ik hier sterkere oplossingen (1+8 tot 1+10) en kom ik dan uit op 7-8 minuten. Omdat de Classic, in tegenstelling tot "warmtoonpapieren", ook in de lichten voldoende zilver opbouwt, laat hij zich heel goed (ook indirect – na bleken) tonen. Dat kan behoorlijk kleurrijk worden, of juist heel subtiel gekleurd. Het is dus niet nodig om je tijdens het ontwikkelingsproces te kwellen – het tonen is binnen enkele minuten klaar.
Groeten
wm
Hallo Wolfgang,
ik begrijp niet waarom de MCP niet lith-print, terwijl de emulsie toch identiek zou moeten zijn aan de oude van Agfa en de oude Agfa wel lith-print...
Hoe dan ook, ik ga eens een sterkere oplossing maken voor de Classic Vario... 1+10 betekent dan A+B+water=1+1+20?
De ingetogen kleur bevalt me wel. Ik gebruik eigenlijk vooral lith-print vanwege de te bereiken contrasten en de grafische stijl, kleur heb ik niet per se nodig. Het toningsgedrag (selenium) ga ik eens testen op de Vario Classic.
Hoe kan men de koninklijkheid in de middentonen onderdrukken? Ik heb eens gelezen dat men iets aan de mengverhouding van A en B moet veranderen...
Met vriendelijke groeten
Andreas
WolfgangMoersch
Andreas,
De emulsies van MCC en MCP zijn niet helemaal identiek. Ook de lichtgevoeligheid van de MCC is in de loop der jaren vaker veranderd. De "nieuwe" MCC doet weliswaar lith-print, maar in een directe vergelijking geef ik de voorkeur aan de Adox Vario Classic.
Ja, 1+10 betekent A+B+water=1+1+20
De scherpte in de middentonen kan worden onderdrukt of verminderd door:
1. korter te belichten met een krachtigere ontwikkelaar
2. B iets te verdunnen – het wordt dan echter ook zachter
3. C toe te voegen – druppelsgewijs – sulfiet wordt verbruikt, de scherpte neemt toe, een te hoog sulfietgehalte voorkomt de "infectie"
Voor wat je nastreeft, zou het additief E mogelijk het middel bij uitstek zijn. Dit mag echter echt alleen druppelsgewijs worden toegevoegd! Vijftien druppels komen overeen met ongeveer een milliliter en dat zou voor de EasyLith (vanwege het verhoogde broomgehalte) al te veel kunnen zijn. Bij de "juiste" dosering begint de schaduwzwarting eerder, met een gelijktijdige toename van de Dmax en minder kleur. Bij overdosering verschijnen er nog lichten, nog middentonen voordat de dichtheid begint!
De seleentoning kan lang duren als er ook sprake is van kleurverschuiving, maar de toename van de schaduwdichtheid verloopt relatief snel en het contrast neemt toe.
andreasdegner
Andreas,
de emulsies van MCC en MCP zijn niet helemaal identiek. Ook de lith-geschikte eigenschappen van de MCC zijn in de loop der jaren vaker veranderd. De "nieuwe" MCC doet weliswaar lith-print, maar in een directe vergelijking geef ik de voorkeur aan de Adox Vario Classic.
Ja, 1+10 betekent A+B+water=1+1+20
De scherpte in de middentonen kan worden onderdrukt of verminderd door:
1. kortere belichting met een rijkere ontwikkelaar
2. lichter schudden van B – het wordt dan echter ook zachter
3. toevoeging van C – druppelsgewijs – sulfiet wordt verbruikt, de scherpte neemt toe, een te hoog sulfietgehalte voorkomt de "infectie"
Voor wat je nastreeft, zou het additief E mogelijk het middel bij uitstek zijn. Dit mag echter echt alleen druppelsgewijs worden toegevoegd! Vijftien druppels komen overeen met ongeveer één milliliter en dat zou voor de EasyLith (vanwege het verhoogde broomgehalte) al te veel kunnen zijn. Bij de "juiste" dosering begint de schaduwzwarting eerder, met een gelijktijdige toename van de Dmax en minder kleur. Bij overdosering zullen nog lichten nog middentonen verschijnen voordat de dichtheid begint!
Seleentoning kan even duren als het ook om kleurverschuiving gaat, de toename van de schaduwdichtheid verloopt relatief snel, het contrast neemt toe.
Hallo Wolfgang,
bedankt voor het informatieve antwoord, ik ga additief E eens uitproberen.
Ik heb net even op de site van FOTOIMPEX gekeken... De Vario Classic PE wordt tegen een speciale prijs aangeboden zolang de voorraad strekt. Betekent dit dat de productie is stopgezet?
En heb je de andere EasyPrint-variant met lith-print al eens uitgeprobeerd?
Groeten
Andreas
WolfgangMoersch
>De Vario Classic PE wordt tegen een speciale prijs aangeboden zolang de voorraad strekt. Betekent dit dat de productie is stopgezet?
Dat kan ik me eigenlijk niet voorstellen, maar als ik in Mirko’s schoenen stond, zou ik dat zeker overwegen, want de MCP is qua kwaliteit gewoonweg onverslaanbaar. Ik heb geen idee hoeveel omzet PE-lith-printers opleveren, maar het is zeker niet zinvol om dit papier alleen voor dit doel op voorraad te houden. Over prijsverschillen maak ik me geen zorgen, ik weet niet eens of die er zijn, want PE is eigenlijk niet mijn terrein, maar drie PE's in het assortiment is al een luxe.
>En heb je de andere EasyPrint-variant met lith-print al eens geprobeerd?
Dat hoef je niet te proberen – dat lukt niet.
Geïnspireerd door je vraag heb ik vandaag een paar lith-prints gemaakt op Classic Baryt.
Zonder korrel lukt dat alleen met "C" – 5 ml tot maximaal 10 ml/liter, waarbij het litho-effect echter wel wordt afgezwakt.
Zonder additief kom ik uit op 5-7 minuten (1+10).
Bij dezelfde belichtingstijd en toevoeging van "E" (1+4 verdund – 8 druppels op 1 liter Easy Lith) wordt de ontwikkeltijd slechts licht verlengd. Het contrast neemt toe, maar de korreligheid ook! Korreloze middentonen en contrastverhoging zijn alleen mogelijk met een tweebad!
Een voorbeeldfoto volgt morgen.
Groeten
wm
WolfgangMoersch
Hier is de aangekondigde voorbeeldafbeelding
[BIJLAGE NIET GEVONDEN]
Het gaat om een opdrachtwerk. Het negatief is vrij dun (logD 0,70) en daardoor moeilijk te lith-printen. Enerzijds is kleurrijkdom gewenst (= veel licht), anderzijds mogen de overwegend donkere toonwaarden niet volledig in elkaar overlopen. De opdrachtgever stelt geen eisen wat betreft de kwaliteit. Deze afdruk is alleen gemaakt om de mogelijkheid van een relatief fijne korrel in de lichten bij gelijktijdige maximale verzwakking van de schaduwen te onderzoeken. Bij een éénbad-lith-print van zo'n delicaat negatief is het onmogelijk om beide te krijgen, dus moeten er twee verschillende ontwikkelaars aan te pas komen.
Eerste ontwikkelaar: 50+50+1000 (A+B+water in ml) +20 ml D (valt weg bij EasyLith, omdat het benodigde aandeel bromide daar al in zit) +5 ml C
Tweede ontwikkelaar: 50+50+1000 + 5 ml D + 8 druppels E (1+4 verdund)
Bij een langere verblijftijd in de eerste ontwikkelaar ontstaat het beeld langzaam, met een fijne korrel, zacht en kleurrijk.
De tweede ontwikkelaar zou, indien alleen gebruikt, binnen enkele minuten een grofkorrelig, relatief kleurloos en contrastrijk beeld opleveren.
Door de ontwikkelduur in de twee verschillend werkende oplossingen kan de gewenste beeldindruk worden gecreëerd. Te sterke overbelichting moet worden vermeden als de schaduwen nog enigszins gedifferentieerd moeten blijven. Bij een te korte belichtingstijd kan er geen kleur worden opgebouwd.
Ontwikkeltijden:
links 3+4 minuten zonder tonen
rechts 4+3 minuten met toning MT4 Siena 1+40 30 seconden
andreasdegner
Hier is de aangekondigde voorbeeldafbeelding
[BIJLAGE NIET GEVONDEN]
Het gaat om een opdrachtwerk. Het negatief is vrij dun (logD 0,70) en daardoor moeilijk te lith-printen. Enerzijds is kleurrijkheid gewenst (= veel licht), anderzijds mogen de overwegend donkere toonwaarden niet volledig in elkaar overlopen. De opdrachtgever stelt geen eisen wat betreft de kwaliteit. Deze afdruk is alleen gemaakt om de mogelijkheid van een relatief fijne korrel in de lichten bij gelijktijdige maximale verzwakking van de schaduwen te verkennen. Bij een éénbad-lith van zo'n delicaat negatief is het niet mogelijk om beide te hebben, dus moeten er twee verschillende ontwikkelaars aan te pas komen.
Eerste ontwikkelaar: 50+50+1000 (A+B+water in ml) +20 ml D (niet van toepassing bij EasyLith, omdat het benodigde aandeel bromide daar al in zit) +5 ml C
Tweede ontwikkelaar: 50+50+1000 + 5 ml D + 8 druppels E (1+4 verdund)
Bij een langere verblijftijd in de eerste ontwikkelaar ontstaat het beeld langzaam, met een fijne korrel, zacht en kleurrijk.
De tweede ontwikkelaar zou, indien alleen gebruikt, binnen enkele minuten een grofkorrelig, relatief kleurloos en contrastrijk beeld opleveren.
Door de ontwikkelduur in de twee verschillend werkende oplossingen kan de gewenste beeldindruk worden gecreëerd. Te sterke overbelichting moet worden vermeden als de schaduwen nog enigszins gedifferentieerd moeten blijven. Bij een te korte belichtingstijd kan er geen kleur worden opgebouwd.
Ontwikkeltijden:
links 3+4 minuten zonder tonen
rechts 4+3 minuten met tonen MT4 Siena 1+40 30 seconden
Hallo Wolfgang,
ik heb gisteren de verdunning 1+10 eens uitgeprobeerd. Bij de Vario Classic PE kom ik bij een overbelichting van 2-3 stops dan ook uit op een ontwikkeltijd van 8-10 minuten (20 °C). Ik had echter enorme problemen met peperkorrel in de lichten. Dat zou (volgens het gegevensblad van EasyLith) eigenlijk een probleem moeten zijn van een te uitgeputte ontwikkelaar, maar zo'n rijke oplossing zou na 2 afdrukken van 24x30 toch niet uitgeput moeten zijn...
Heeft de Adox Fineprint Baryt ook zulke problemen of voeg je al bij het aanmaken een additief toe?
Dan nog een observatie bij het tonen: ik heb een indirecte zwaveltoning gedaan met deze lith-prints. Ik heb de indruk dat de hoge lichten (die in het bleekbad zijn weggebleekt) niet volledig terugkomen in de toner. Is dat specifiek voor de Adox VC?
Misschien heb ik ook te kort getoneerd, maar ik heb wel zo lang gewacht tot er niets meer gebeurde... Moet je in dit geval nogmaals fixeren, omdat er eigenlijk nog overtollige zilverhalogenides in de emulsie zitten?
Dat was het voorlopig...
Met vriendelijke groeten
Andreas
WolfgangMoersch
Hallo Andreas,
PE reageert in de lith-print anders dan barytpapier; waarom dat zo is, weet ik niet. Net als bij elk ander broomzilverpapier is vanaf een gemiddelde dichtheid korreligheid te verwachten. Als het in de hoge lichten te fel wordt, is de lichthoeveelheid te hoog. Als je de lichthoeveelheid vermindert, wordt de ontwikkeltijd langer – je draait dus in een vicieuze cirkel. Waarschijnlijk is de EasyLith voor dit papier te sterk afgeremd; bij een vaste afstemming kun je niet aan elk papier recht doen. Je kunt proberen dit op te lossen via de mengverhouding van de Küng. In plaats van 50+50+1000 bijvoorbeeld 35+70+1000; de ontwikkelaar heeft dan aanzienlijk minder licht nodig, maar bouwt toch de hoge lichten op vanwege de hogere alkaliteit. Bij een teveel aan B-oplossing is bovendien het sulfietgehalte hoger, en ook sulfiet voorkomt korrelvorming.
Echt overtuigende lith-prints op PE die bovendien volledig probleemloos te verwerken zijn, zijn alleen de geliefde Polywarmton en Fomatone, maar die zijn waarschijnlijk te kleurrijk naar jouw smaak. Het kost echter weinig moeite om de kleurigheid uit de Fomatone te halen. In plaats van je langer te worstelen met de lastige broomzilveremulsies, zou een overstap het overwegen waard zijn. Ook bij mij werken de broompapieren niet altijd zoals ik wil. Soms lukt het meteen, soms helemaal niet. Daarom pak ik ze alleen aan als ik in de stemming ben – en korrel wil.
andreasdegner
Hallo Wolfgang,
Ik bedoel echt die peperkorrel... dus willekeurig verspreide kleine zwarte puntjes, zelfs op plekken waar het papier wit zou moeten zijn. Hoe kan ik daar een additief aan toevoegen (in plaats van de mengverhouding te veranderen – maar dat ga ik ook uitproberen)? En houdt die peperkorrel verband met de vette ontwikkelaaroplossing? Bij de afdruk die 40 minuten in een 1+20-oplossing lag, had ik slechts één of twee kleine puntjes in de lichten, die je in het uiterste geval nog met Farmer kunt wegwerken. Bij mijn 1+10-oplossing had ik naar schatting 30 van zulke puntjes...
Wat betreft mijn probleem bij het zwaveltonen met de niet volledig teruggekeerde lichten – is er bij de indirecte methode (met bleekbad) iets waar ik op moet letten, met name bij lith-prints?
Met vriendelijke groeten
Andreas
WolfgangMoersch
Hallo Andreas,
de willekeurig verspreide puntjes (black dots) kunnen zelfs aan de onbelichte rand van de foto voorkomen. Dit verschijnsel doet zich bij verse ontwikkelaar uitsluitend voor bij bromsilverpapier. Bij gemengde emulsies met een hoger broomzilvergehalte treedt dit alleen op (op plaatsen met belichting) als de ontwikkelaar al een tijdje in gebruik is (na meer dan 10-20 afdrukken) en daardoor een (voor dergelijk papier) kritische hoeveelheid semichinon bevat. In tegenstelling tot de black dots wordt dit peperkorrel genoemd. Beide effecten kunnen worden tegengegaan door sulfiet (Lith C) aan de ontwikkelaar toe te voegen. Als men dit al vanaf het begin doet, dus bij een verse oplossing (in een te hoge hoeveelheid), wordt ook de lith-geschiktheid verzwakt (= geen diep zwart).
Sommige broomzilverpapieren (bijv. Fomabrom, Slavich Unibrom) lithen als de duivel – trashig, koninklijk. Sommige gebruikers vinden dat prettig, anderen niet. Korrel, in welke vorm dan ook, kan bij het lith-printen worden afgezwakt door toevoeging van sulfiet.
De EasyLith bevat in vergelijking met de Master-variant zowel meer (vertragend) bromide als meer sulfiet, dus een catch-all-compromis. Een toevoeging van sulfiet (of Lith C) aan de verse oplossing, of als "regenerator" indien nodig, beïnvloedt de uitdrukking van de korrel en de maximale zwartheid.
Indirect tonen van lith-prints
Als lith-prints na het bleken worden getoond, kan in het gunstigste geval (bij bromsilverpapieren) dezelfde of nagenoeg dezelfde lichtdichtheid worden hersteld. De lichtdichtheid bestaat uit zilverdichtheid + kleurstof (oxidatieproduct). Als het metallische zilver tijdens het bleken wordt omgezet in een (toonbaar) zilverzout, verdwijnt de neven-dichtheid (kleurstof) voorgoed. Daarom kan de getoonde afdruk in de lichten (afhankelijk van de emulsie) minder dicht lijken.
andreasdegner
Hallo Wolfgang,
Ik heb nog een paar vragen. Allereerst ontwikkelt de ADOX Fineprint bij een verdunning van 1+10 uitstekend, zonder zwarte stippen. De kleur in de lichte delen was helder okergeel, terwijl er bij een verdunning van 1+20 een beetje groen in zat.
Ik had gisteren ongeveer 400 ml ontwikkelaar 1+10 aangemaakt. De eerste twee afdrukken (24x30) waren oké: bij hoge contrasten geen al te grove korrel. De volgende twee begonnen toen te korrelen bij de overgangen naar de middentonen.
Vanaf hoeveel afdrukken en met welke hoeveelheid verse werkoplossing moet men regenereren? Is hier toevoeging van sulfiet nodig? En waarom raakt de sterke oplossing zo snel op? De oplossing stond ook maar maximaal 2-3 uur en was lichtgeel toen ik hem terug in een fles deed.
Ik had graag consistente resultaten gehad, vergelijkbaar met de eerste twee afdrukken.
Is de Master Lith misschien beter geschikt voor dit papier?
Met vriendelijke groeten
Andreas
WolfgangMoersch
Hallo Andreas,
met de Master Lith kun je flexibeler reageren. Daarvoor moet je echter wel weten wat er precies gebeurt. De sterke oplossing raakt niet op, maar het effect verandert wel. Bij de Easy Lith is het gehalte aan remmend bromide al vrij hoog en bij elke ontwikkelingscyclus neemt de hoeveelheid bromide toe, met als gevolg een steeds langere ontwikkeltijd bij dezelfde hoeveelheid licht. Bij langere ontwikkeltijden ontstaan ook in de middentonen grotere kiemen, die dan als korrel zichtbaar worden. Eigenlijk is de ontwikkelaar nu pas echt rijp voor het Lith-proces, maar als men resultaten wenst zoals bij een verse oplossing, moet men de zaak anders aanpakken.
Bij de SE5 is de regeneratie effectiever, omdat de basisoplossing minder bromide bevat. Men maakt een oplossing, zet een deel apart voor regeneratie en voegt aan de werkoplossing ofwel helemaal geen bromide (Lith D) toe, ofwel slechts zoveel als strikt noodzakelijk is, of men "ent" de verse ontwikkelaar met oude, gebruikte oplossing. Zodra de ontwikkeltijden langer worden, wordt er geregenereerd met een scheutje ongebruikte oplossing. Mocht dat niet voldoende zijn, kan er in kleine hoeveelheden (druppelsgewijs) sulfiet (Lith C) worden toegevoegd. Te veel sulfiet verhindert het ontstaan van de dichtheid. Voor zo consistent mogelijke resultaten moet de balans tussen sulfiet en bromide kloppen. Sulfiet raakt op, het bromidegehalte neemt toe.
Groeten
wm
andreasdegner
Hallo Andreas,
met de Master Lith kun je flexibeler reageren. Daarvoor moet je echter wel weten wat er precies gebeurt. De sterke oplossing raakt niet op, maar het effect verandert wel. Bij de Easy Lith is het gehalte aan remmend bromide al vrij hoog en bij elke ontwikkelingscyclus neemt de hoeveelheid bromide toe, met als gevolg een steeds langere ontwikkeltijd bij dezelfde hoeveelheid licht. Bij langere ontwikkeltijden ontstaan ook in de middentonen grotere kiemen, die dan als korrel zichtbaar worden. Eigenlijk is de ontwikkelaar nu pas echt rijp voor het Lith-proces, maar als men resultaten wenst zoals bij een verse oplossing, moet men het anders aanpakken.
Bij de SE5 is de regeneratie effectiever, omdat de basisoplossing minder bromide bevat. Men maakt een oplossing, zet een deel apart voor regeneratie en voegt aan de werkoplossing ofwel helemaal geen bromide (Lith D) toe, ofwel slechts zoveel als strikt noodzakelijk is, of men "ent" de verse ontwikkelaar met oude, gebruikte oplossing. Zodra de ontwikkeltijden langer worden, wordt er geregenereerd met een scheutje ongebruikte oplossing. Mocht dat niet voldoende zijn, kan er in kleine hoeveelheden (druppelsgewijs) sulfiet (Lith C) worden toegevoegd. Te veel sulfiet verhindert het ontstaan van de dichtheid. Voor zo consistent mogelijke resultaten moet de balans tussen sulfiet en bromide kloppen. Sulfiet raakt op, het bromidegehalte neemt toe.
Groeten
wm
Hallo Wolfgang!
Ik heb bij FOTOIMPEX de SE5 Master Lith gekocht, maar mis de combinatie-tabel voor papier en ontwikkelaar, die er eigenlijk bij zou moeten zitten. Is deze ergens als pdf verkrijgbaar of kun je hem naar mij opsturen?
Met vriendelijke groeten
Andreas