gertfritsche
Beste mensen,
als nieuwkomer in de SW-fotografie (ik ben aan een Focomat 2C gekomen zoals de Maagd aan een kind,
en dacht dat dit een goed moment was), heb ik Roelfsema’s zonesysteem gelezen.
Het lijkt me behoorlijk logisch en voor veel zaken
die het systeem van Adams voor kleinbeeld in ieder geval moeilijk maken,
stelt hij oplossingen voor, dus ik dacht: ik ga het er eens mee proberen.
Ik hoop dat ik hier geen storm veroorzaak, want het zonesysteem als onderwerp lijkt nogal eens ideologisch te worden.
Vandaar de concrete vraag:
Is er iemand die volgens dit (Roelfsema-)systeem werkt (Adams interesseert me niet),
en ervaring heeft met de Adox CHS-films (ik sta open voor alle drie de gevoeligheidsniveaus),
kun je hiermee alle 5 de ontwikkelingsschema's (E2, E1, N, C1, C2) voor elkaar krijgen?
Ik zou graag met deze films werken als ze voor mij fatsoenlijke resultaten opleveren,
het gaat om kleinbeeld en middenformaat. En indien mogelijk ook met een van de ADOX-ontwikkelaars.
Ik vraag dit omdat de voorbeeldtabellen in het boek natuurlijk 15 jaar oud zijn en
eveneens natuurlijk geen rekening houden met de ADOX- of efke-materialen.
En als het met ADOX-films niet of slechts beperkt lukt, sta ik ook open voor alternatieven.
Alvast hartelijk dank
gert
(voor wie het interesseert:
ik fotografeer met diverse Canon-camera's en een Kiev60,
de vergroter is een Leitz Focomat 2c,
belichting en dichtheid ga ik meten met een Gossen Labosix digital
en ik heb gisteren een Jobo-processor CPE2 op een veiling gekocht)
EJG
Hallo,
ik heb eens in Roelfsema gekeken. Daar staan nog steeds gangbare films vermeld, zoals FP 4, HP 5 als klassiekers of de TMAX,
met aanbevelingen voor de ontwikkeling.
Zo kun je ervaring opdoen met de werkwijze bij 35mm- en rolfilms om die kennis vervolgens toe te passen op andere films, zoals ADOX.
Naar mijn mening is het zonesysteem voor kleinbeeld- of rolfilm moeilijk te hanteren, in tegenstelling tot vlakfilm, vanwege het ontbreken van bijbehorende informatie zoals belichting/ontwikkeltijd. Roelfsema stelt voor om de rolfilm in volledige duisternis door te knippen. Ach, wie doet zich dat nou aan.
Met vriendelijke groet
ejg
gertfritsche
Hallo ejg,
Bedankt voor je antwoord.
Hoe je de negatieve film kunt ontwikkelen, lijkt voor velen het grootste probleem te zijn.
Nu mijn broers volledig zijn overgestapt op digitaal, heb ik
een hele reeks Canon-camera’s tot mijn beschikking (FTB, EF, AT-1, A1, T70 (2 stuks)).
dus de mogelijkheid om voor elke situatie een geschikte, zelf samengestelde film
bij me te hebben, is zeker aanwezig (of dat praktisch is, zal ik wel zien, maar ik
heb in ieder geval de mogelijkheid.
en voor de E2-stap is er nog de Kiev 60, want met rolfilm is die stap immers te doen.
Je ziet het al, het gaat niet om de familiefeesten met talloze kiekjes,
het mag best even duren bij het "zwart-witproject".
Ik heb me ook al voorgenomen om te beginnen met een van de gebruikelijke verdachten,
met de duidelijk favoriete Perceptol, gewoon om een beetje routine op te doen.
Zo zal het waarschijnlijk ook beginnen.
Het is echter een feit dat ik bij het lezen van het boek (altijd als leek, ofwel zonder zwart-witpraktijk) de zaak
bij Roelfsema erg overtuigend vond, en geloof dat ik de zaak echt vanaf de basis wil aanpakken.
Ik behoor eerder tot het soort dat handleidingen leest en kan me met voorbereidingen,
als ze maar tot het doel leiden, heel goed bezig te houden, zo van "voorpret ..."
Aan de andere kant ben ik ook niet wild om het wiel opnieuw uit te vinden, dat wil zeggen, als iemand mij
op een begrijpelijke manier kan uitleggen dat ik niet met de ADOX-films hoef te beginnen, hoef
ik dat ook niet te doen, want eigenlijk wil ik natuurlijk foto's maken.
Maar als er al een bedrijf is dat de vlag hoog houdt met zo'n nicheproduct,
ben ik de laatste die dat niet uitprobeert. Eens kijken hoe de films zijn (en de foto's,
die ik tussen de jaren door wil vergroten).
In ieder geval hartelijk dank voor het antwoord en ik zal zeker nog met een of andere
vraag hier op het forum opduiken, misschien ook ooit met een redelijk geslaagde foto.
Met vriendelijke groet
Gert Fritsche
ps: het aantal Roelfsema-gebruikers lijkt inderdaad beperkt te blijven.
Gerd
als beginner in de softwarefotografie
Ik weet niet zo goed of je meteen met zulke specialiteiten moet beginnen. Het zou zeker helpen als je eerst een gevoel krijgt voor wat er eigenlijk mogelijk is bij conventionele ontwikkeling en waar de moeilijkheden beginnen die dan tot zulke kunstgrepen leiden.
Dat gevoel krijg je echter alleen door te oefenen. En hoe eenvoudiger de taak is, hoe succesvoller het oefenen zal verlopen.
ps: het aantal Roelfsema-beoefenaars lijkt inderdaad beperkt te blijven
Daar zullen redenen voor zijn.
Een daarvan is zeker dat de behoefte aan een zonesysteem tegenwoordig minder groot is. Met standaard contrastveranderend papier (dat ten tijde van de ontwikkeling van het zonesysteem nog niet bestond) en vakkundig laboratoriumwerk kan achteraf nogal wat worden bereikt – zonder de film in het donker te hoeven knippen.
Een andere reden zou kunnen zijn dat het voor veel fotografen niet zinvol lijkt om de allerbeste kwaliteit te willen bereiken via het omslachtige zonesysteem, maar dan in KB te werken. Volgens deze visie loont de moeite pas vanaf een bepaalde afdrukgrootte, die ook een bepaalde negatiefgrootte vereist.
Gerd
Dit was nu geen pleidooi tegen het zonesysteem, maar wel een pleidooi om niet al vóór het vakmanschapsexamen, of zelfs vóór het begin van de opleiding, de meester-eer na te streven.
Wolfgg
Hallo Fritschie!
Een goed advies: begin eerst heel klein. Leer nuchter hoe je een film belicht en ontwikkelt volgens N, en alleen volgens N. Je moet immers eerst leren hoe je kunt vaststellen (dus meten) of de film correct is belicht en ontwikkeld. Er zijn genoeg handleidingen hierover te vinden op het internet (trefwoord densitometrie, sensitometrie), bijvoorbeeld hier:
http://www.schwarzweiss-magazin.de/swmag_frame_kurse.htm
Pas als deze stap goed onder de knie is, hebben de volgende stappen zin.
Groeten, Wolfgang
gertfritsche
Beste mensen,
Bedankt voor de reacties.
Om maar meteen met de deur in huis te vallen: ik wil hier helemaal niet als expert overkomen. En ik ben momenteel ook bezig
met de conventionele belichting van diverse filmrolletjes en het vervolgens waarschijnlijk ook ontwikkelen daarvan. Gewoon om
zaken als: het vullen van een Jobo-bus zonder dat de foto’s verloren gaan, het aanmaken van de ontwikkelaar, enzovoort,
onder de knie te krijgen.
Ik ben al weken bezig om me op internet te verdiepen,
heb ook "Das Praxisbuch Schwarz-Weiß-Labor" aangeschaft, om eerlijk te zijn vond ik de
"Roelfsema" het boek waarin alles voor mij het meest begrijpelijk werd beschreven.
En aangezien ik graag op zijn minst een vaag idee heb van wat ik doe,
heb ik me erin verdiept, het in ieder geval geprobeerd.
@wolfgg
Belichting met "volgens N" is al een begin. Wat is N? Dat verschilt toch sterk per film/ontwikkelaar-
combinatie, als ik het goed begrijp.
(op dit moment fotografeer ik gewoon volgens de aanwijzingen van de fabrikant, en doe ik maar alsof dat allemaal N is)
bedankt voor de tip met het zwart-witmagazine, ik heb daar al het relevante gedownload en
doorgeploegd.
@gerd
dat ik probeer het knippen van de film te vermijden, had ik geloof ik al geschreven.
Ik heb daar een filmontwikkelaar bij de hand.
Dat kleinbeeld niet het ultieme antwoord is wat betreft de haalbare formaten, is mij ook duidelijk,
maar ik dacht dat een degelijk negatief dan eigenlijk des te belangrijker is.
En als je dan ook nog eens de vele mogelijkheden bij het vergroten hebt,
kan dat in mijn ogen geen kwaad.
Om bij het beeld te blijven: ik heb ook helemaal niet het gevoel dat ik een opleiding volg.
het voelt meer als een stage.
en met een zekere ongeduldigheid wacht ik op de onderdelen die nog moeten worden aangeschaft,
en ik kijk ernaar uit om aan de slag te gaan.
in hoeverre iemand ervaring heeft met de Adox/ADOX-combinaties, weet ik nog steeds niet.
nogmaals bedankt voor jullie tips
gert fritsche
Wolfgg
Hallo Fritschie,
N staat voor "Normaal".
Bij de belichting bedoelt men hiermee een standaardlichtsituatie, zoals bijvoorbeeld een landschap bij een lichtjes versluierde zon (dus de zon is zichtbaar, maar niet zo fel als na het passeren van een koufront). De belichtingsmeter geeft dan een verschil van 6 lichtwaarden ("6 diafragma's") aan tussen de donkerste plek, die nog detail moet weergeven, en de lichtste plek, die ook nog detail moet weergeven. Samen met de detailloze stappen helemaal zwart en helemaal wit (bijv. de zon) heb je dan 8 diafragma's verschil en dat geeft de 9 zones 1 tot en met 9 voor N.
Belichting en ontwikkeling op N betekent nu dat de film zo moet worden belicht en ontwikkeld dat zone 1 op de film een dichtheid van 0,1 boven de sluier produceert en zone 9 een dichtheid van 1,5 boven de sluier. Dan heb je een negatief van de best mogelijke kwaliteit, dat precies past bij papier van de gradatie Special. Waarom papiergradatie Special? Omdat alleen deze gradatie en gradatie Normal de beste beeldkwaliteit leveren (maximale toonwaarden en diep zwart) en sommige motieven iets harder dan gepland moeten worden vergroot, waardoor ze pas op papiergradatie Normal echt tot hun recht komen. Daarom is het zinvol om de film altijd voor papiergradatie Special te ontwikkelen.
Deze standaardsituatie moet je eerst in je vingers hebben, voordat het zin heeft om aan N-1, N+1 enz. te denken.
Voor Efke 25 (ADOX 25 is hopelijk nog steeds hetzelfde) kan ik de volgende aanwijzingen voor N geven:
Belichting zoals 15 DIN
Ontwikkeling RODINAL 1+50 9 min bij 20 °C, daarbij de eerste minuut continu kantelen, daarna de bus elke 60 sec. vastpakken en daarbij 2x kantelen.
Groeten, Wolfgang
gertfritsche
Beste Wolfgang,
Hartelijk dank voor de tips, de ADOX 25-film zat me ook al een tijdje dwars.
Als ik er dan eenmaal mee aan de slag ga – hopelijk tussen de jaren door – ga ik eerst
wat filmtesten doen.
Ik ben erg benieuwd naar de dichtheidsmetingen; de Labosix zou dat moeten kunnen.
Hopelijk lukt het mij dan ook. De werkwijze lijkt mij in wezen
die van Roelfsema te zijn; hij begint ook met het papier om het
belichtingsbereik te bepalen en gaat dan verder met de film.
De tip met het speciale en het normale papier lijkt mij heel logisch, dat zal
zich dan ook wel uitwijzen.
En voor de richtwaarden met de film ben ik je erg dankbaar, aan RODINAL had
ik ook gedacht, niet in de laatste plaats vanwege de kleine verpakkingsgroottes, zo voor het begin.
Is de Calbe 09, of hoe dat tegenwoordig bij ADOX heet, heel anders dan de
huidige RODINAL? De wortels zouden in ieder geval dezelfde moeten zijn.
Nogmaals bedankt, morgen ga ik fotograferen, ik moet eens kijken
of de filmstap bij de Kiev redelijk klopt. De films moet dan nog eens
door de plaatselijke fotomeester worden ontwikkeld, dan heb ik ook alvast iets om me mee te vermaken,
totdat ik de films heb gemeten.
Hopelijk blijven de motieven in het N-bereik.
Bedankt
Gert
Wolfgg
Hallo Gert,
Volgens alles wat op internet en ook hier op het forum wordt gezegd, moet R09 in een verdunning van 1+40 worden gebruikt om met ADOX 25 net als met RODINAL 1+50 te werken, zie bijvoorbeeld hier:
http://www.f295.org/Pinholeforum/forum/Bla...b/m-1147033036/
Het beste blijft een eigen test, omdat hierbij je eigen keten, inclusief pols ;), wordt gekalibreerd. Dus offer gewoon 6 opnames op kleinbeeld op en belicht de zones 1, 3, 5, 7, 9, 11. Hoe? Neem een vel wit papier, laat er daglicht op vallen, meet de belichting (de belichtingsmeter geeft altijd waarden aan die op film zone 5 moeten opleveren!), zone 1 = 4 stops onderbelichten, zone 3 = 2 stops onderbelichten, zone 7 = 2 stops overbelichten enz. Meet vervolgens na de ontwikkeling de dichtheid, dan zie je snel waar de dichtheid 0,1 boven de sluier ligt (dat moet de belichte zone 1 zijn), waar deze 1,5 boven de sluier ligt (dat moet de overbelichte zone 9 zijn). Als er minder dan 8 zones verschil tussen zit (= 8 stops), dan was de ontwikkeltijd te lang. Ligt de dichtheid 0,1 boven de sluier niet op zone 1 maar bijvoorbeeld precies tussen zone 1 en 2, dan was de belichting 1/2 stop te kort enz. Als na de nodige correcties bij de belichting en/of ontwikkeling alles klopt, weet je precies hoeveel licht je film in je camera bij jouw ontwikkeling nodig heeft om een eerste bruikbare dichtheid te vertonen, en hoeveel licht je hem maximaal kunt toedienen, zodat op speciaal papier nog details in de lichten te zien zijn.
Groeten, Wolfgang
gertfritsche
Hallo Wolfgang,
Ik heb gisteren nog eens in de catalogus gebladerd en daar ergens gelezen
dat ADOX de R09 zo wil aanpassen dat je er, net als bij RODINAL,
met een verdunning van 1+50 mee kunt werken. Aangezien ik binnenkort pas ga bestellen, moet ik
dan de bijsluiter lezen om te zien welke variant er dan beschikbaar is.
En aangezien het hele proces toch met testen begint, zal ik
je tips opvolgen en de films, de vergroter, de Jobo-processor
(en mezelf) kalibreren.
Maar tegelijkertijd ga ik gewoon eens van alles wat ik hier aan
kant-en-klare zwart-witfilms uit vroeger tijden heb liggen, contactafdrukken
maken en kijken wat er qua dichtheid te meten valt en
wat er aan afdrukken mogelijk is.
Bedankt voor nu
Gert
ps:
Gisteren heeft mijn vader, die al over de negentig is, me uit de
collectie nog een ontwikkelde film in handen gedrukt,
waarschijnlijk familiefoto's. Het materiaal is van ADOX, we zullen zien.
Grappig, aangezien ik tot drie maanden geleden nog
nooit van ADOX had gehoord.