Weichold
Heb ik het volgende goed begrepen:
Ik meet een object met een spotmeter. De schaduwen bevinden zich in zone III, de lichte delen in zone VIII. Bij een negatief zou ik de belichtingstijd bepalen op basis van zone III.
Ik heb eens gelezen dat je bij diafilm het omgekeerde moet doen. Dat betekent dus dat ik in dit voorbeeld de dia zou belichten volgens de belichtingstijd voor zone VIII. Klopt dat?
RonnyW
Hallo,
ik ben geen Zoni en kan je vraag daarom niet echt beantwoorden. Maar waarom zo ingewikkeld?
Bij dia’s zoek ik het deel van de foto dat neutraal moet worden weergegeven en meet ik dat met de spotmeter. Indien nodig kun je dan nog de schaduwen en hoge lichten meten die nog detail moeten hebben, en controleren of deze binnen het bereik van +/- 2 EV liggen. Zo niet, dan moet je beslissen wat belangrijker is en dienovereenkomstig corrigeren.
John Shaw beschrijft dit bijvoorbeeld gedetailleerder en nauwkeuriger in zijn boeken.
Groeten, Ronny
ThomasLoos
Ik maak het nog eenvoudiger ;-) Ik meet met de centrumgewogen TTL-integralemeting van mijn F1N...
Het belichtingsbereik is bij dia’s niet erg groot.
Als het motief binnen de belichtingsspeelruimte valt, meet je in principe op de gemiddelde belichtingswaarde; wat dan lichter en donkerder is, zie je op de dia. Als dat niet lukt, wat vaak voorkomt, meet je meestal zo dat de hoge lichten nog detail hebben. Basisregel bij het fotograferen van dia's: meet op licht en niet, zoals bij negatieven, op schaduw. Bij twijfel liever iets te weinig belichten dan te veel.
Bij het projecteren vallen uitgebleekte lichten of overbelichte dia's in ieder geval veel meer op dan verzadigde zwarttinten en onderbelichte dia's.
Natuurlijk kun je met het zonesysteem en spotmeting zeker nog nauwkeuriger werken. Dat loont misschien de moeite als je op vlakfilm fotografeert of zo. Je hebt het niet per se nodig, ik heb in ieder geval nauwelijks verkeerde belichtingen.
Groeten, Thomas
Wolfgg
De Zoni voert geen belichting uit op de hoge lichten of de schaduwen, maar hij kent de karakteristiek van zijn film! Dat betekent dat hij bij negatieffilm precies weet hoeveel licht net voldoende is om een eerste bruikbare dichtheid te produceren, en hoeveel licht een zo sterke dichtheid oplevert dat er daarna bijna volledig wit op zijn papier verschijnt. Bij diafilm is het precies omgekeerd: hij weet welke hoeveelheid licht net het diepste zwart raakt en welke hoeveelheid licht de dia bijna volledig transparant maakt. Vervolgens meet hij het contrast van zijn motief en bedenkt hij welke delen daarvan later hoe helder moeten worden, welke bij de dia eventueel helemaal in het zwart moeten verdwijnen, welke volledig transparant kunnen worden, welke delen beeldbelangrijk zijn en absoluut in het midden van de karakteristiek moeten liggen. Of bij motieven met weinig contrast op dia, of het motief op de karakteristiek iets naar rechts moet (overbelichting), zodat het er in de projectie beter uitziet, enz. De Zoni bepaalt de belichtingstijd in geen geval forfaitair op basis van een bepaalde zone.
Groeten, Wolfgang