Een film heeft in verschillende ontwikkelaars telkens een andere nominale gevoeligheid. Dat wil zeggen dat een bepaalde film in D76 een andere nominale gevoeligheid heeft dan bijvoorbeeld in Perceptol. Als je een film belicht op een manier die afwijkt van de voor die ontwikkelaar geldende nominale gevoeligheid, leidt dat doorgaans tot kwaliteitsverlies bij de afdruk. Welke kwaliteitsverlies aanvaardbaar is, moet iedereen voor zichzelf beslissen en hangt waarschijnlijk af van het gebruiksdoel en de grootte van de geplande foto's.
Dat betekent dat je bij de belichting al moet weten welke ontwikkelaar je wilt gebruiken. Dit heeft niets te maken met verlies aan gevoeligheid. Met een ontwikkelaar bereik je de ontwikkelaarspecifieke nominale gevoeligheid; en dat is het. Er zijn hier waarschijnlijk geen trucs.
De effecten van onder- of overontwikkeling in combinatie met onder- of overbelichting zijn bijvoorbeeld hier te zien:
http://www.fotokollegium.ch/Lektionen/Lektionen.html
Hier met name les 10. Helaas zijn de afbeeldingen vrij klein, maar ze geven zeker een eerste indruk van de werking.
Wat daar fotochemisch gebeurt, is een verhaal op zich. Er is een groot aantal verschillende ontwikkelingsmiddelen. En deze worden in gangbare ontwikkelaars nog gecombineerd en met andere stoffen geoptimaliseerd. Ik denk dat dat dan een beetje in de richting van alchemie gaat.
Misschien heb ik je een beetje verder geholpen.
Met vriendelijke groeten,
Otto Beyer!
PS: Het effect van verschillende ontwikkelaars in verschillende verdunningen op dezelfde film kun je hier bestuderen:
http://www.inficad.com/~gstewart/filmtest.htm