HenningH
Hallo,
Ik heb de laatste tijd weer eens in wat oudere boeken zitten bladeren (eigenlijk was ik op zoek naar de samenstelling van E102...).
Willi Beutler gebruikte voor de "nieuwe 35mm-films" een ontwikkelaar van 50 ml "A", 25 ml "B" op 500 ml water (dus 0,5 g metol en 2,5 g soda).
In de zesde druk (1978) van "Dunkelkammerpraxis" vermeldt Beutler vervolgens dat de "nieuwe films" voor veel amateurs en ontwikkelingslaboratoria te hard waren, zodat sommige filmfabrikanten de gradatie in de richting van zacht zouden hebben aangepast. Voor deze films en voor de "huidige" hoog- en uiterst gevoelige films adviseerde hij vervolgens telkens 25 ml "A", "B" en "C" te nemen (dus 0,25 g metol, 0,25 g hydrochinon en 2,5 g soda).
Tot nu toe dacht ik altijd dat dit de oorspronkelijke recepten van Neofin Blau en rood waren.
In het veiligheidsinformatieblad van Tetenal over Neofin Blau staat nu echter dat deze ontwikkelaar metol en hydrochinon bevat en potas...
Afgezien van potas als alkali (dat sterker werkt dan soda???), zou de toevoeging van hydrochinon de eigenschappen van de ontwikkelaar toch relatief sterk veranderen. Was dat altijd al zo, of heeft Tetenal met het verdwijnen van de oorspronkelijke ADOX-films de samenstelling aangepast aan de "andere" films (Agfa, Ilford, Kodak), zodat het huidige "blauw" overeenkomt met het vroegere "rood"...?
Of hebben de Schleussner-Werke de KB-films ook zachter gegoten? Aan welke receptuur voldoen dan de huidige CHS-emulsies?
Interessant genoeg lijkt Ultrafin liquid alleen metol als ontwikkelaar te bevatten...
Ik ben (weer eens) in de war...
Groeten
Henning