Hier nog een paar details:
C41 en E6 kun je het beste apart bespreken.
C41 verloopt net als zwart-wit, alleen bij een hogere temperatuur. Ook worden er geen hogere eisen gesteld aan de nauwkeurigheid van het werk. Het resultaat (het kleurennegatief) is, net als bij zwart-wit, slechts een tussenproduct. Hier maakt het niet uit van wie de chemicaliën afkomstig zijn.
E6 daarentegen kan men als de koningsdiscipline beschouwen. Van alle fotolaboratoriumprocessen worden hier de hoogste eisen gesteld. Er komen namelijk twee dingen samen: het resultaat (de dia) is al het eindproduct en het E6-proces vereist dat nauwe toleranties worden aangehouden. Voorbeeld: op de dia is al te zien of men de eerste ontwikkelaar (FD) 6 min. 30 sec. of 6 min. 45 sec. laat werken. Men moet dus zeer nauwkeurig te werk gaan, zodat men zich niet hoeft te ergeren aan toevallige resultaten (te donker, te licht, kleurzweem).
Voor het begin is de volgende werkwijze absoluut aan te bevelen:
- Gebruik in eerste instantie altijd alleen dezelfde film, elke film heeft een andere kleurzweem
- Houd een film van hetzelfde type, ontwikkeld door een goed omkeerlaboratorium, bij de hand ter vergelijking (vooral het begin en het einde ervan om Dmin en Dmax van de eigen ontwikkeling te vergelijken met die van de externe ontwikkeling)
- Reserveer op elke film 1 foto voor een grijskaart en een kleurenkaart (eventueel zelf geschilderd met waterverf) voor latere vergelijking
- Begin met een 3-badproces zoals dat van Tetenal
- De eerste ontwikkelaar (FD) is het meest kritisch wat betreft tijd/temperatuur/beweging; de dichtheid hangt hiervan af
- De kleurontwikkelaar (CD) heeft als werkoplossing een pH van 12; een veiligheidsbril en handschoenen zijn dus geen overbodige luxe
- Schaf een waterzuiveringsapparaat (omgekeerde osmose) aan of maak de CD aan met demiwater; de pH-waarde schommelt dan veel minder, hiervan is de kleurzweem afhankelijk, en het bespaart je het gedoe met een pH-meter
- De door de chemiefabrikant opgegeven houdbaarheidstermijnen voor concentraten en werkoplossingen moeten hier bij wijze van uitzondering serieus worden genomen en dienen niet om de omzet te verhogen; dat betekent dat men ook voldoende films moet hebben om te ontwikkelen, zodat de chemicaliën opgebruikt zijn voordat ze vervallen.
- Gebruik voor het aanmaken van de werkoplossingen altijd aparte vaten en label ze allemaal; de kleinste verontreinigingen (bijv. CD in de FD) verpesten de film
Bij de chemicaliën zitten uitgebreide gebruiksaanwijzingen; houd je daar altijd strikt aan. De procestijden zijn normaal gesproken onafhankelijk van het filmtype; alleen de tijd voor de eerste ontwikkelaar kan worden aangepast voor push- of pull-ontwikkeling, maar denk daar pas aan als de standaardontwikkeling echt goed is!
Mocht je later zin krijgen in vrijheid en avontuur, hier is een blik over de schutting om te zien wat er allemaal mogelijk is:
http://www.opie.net/orphy/photo/dr/wkft-e6.html
Groeten, Wolfgang