Hallo Uwe,
Tetenal schreef hierover rond 1960:
Als het erom gaat om van harde negatieven afdrukken te maken die de lichte en donkere tonen op bevredigende wijze weergeven – een doel dat met de normale éénbadontwikkeling meestal niet haalbaar is – dan raden wij een tweebadontwikkeling aan met Centrabrom en Eukobrom.
[...] het berust in principe op het eerst in een zeer zacht werkende ontwikkelaar alle details in een zeer vlakke gradatie op het papier te ontwikkelen en vervolgens met een briljant werkende ontwikkelaar de nodige contrasten te geven, zonder dat de schaduwen "sluiten" of de lichten "bedekt raken".
Dit is op de volgende manier mogelijk: men verdunt Centrabrom met 1 - 3 delen water, ontwikkelt het "correct" belichte papier daarin totdat de hooglichten net zichtbaar worden en versterkt vervolgens door verdere ontwikkeling in Eukobrom tot de gewenste dekking en helderheid. Ook de omgekeerde weg is mogelijk, dus voorontwikkeling in Eukobrom en naontwikkeling in Centrabrom. Wij vinden de eerste methode effectiever.
De meest extreme contrasten kunnen worden overwonnen door Neofin Blau te gebruiken voor de voorontwikkeling (1 buisje of 30 cc bij een verdunning van 400 cc); een procedure die enigszins kostbaar is, maar in extreme gevallen zeker gerechtvaardigd. In deze "zachtste ontwikkelaar ter wereld" verschijnt als het ware slechts een vage afdruk van het beeld in alle details, waaraan vervolgens in Eukobrom voorzichtig kracht wordt gegeven.
(Dokumol bestond toen nog niet.)
In 1982 schreef Tetenal in een verder vergelijkbare tekst:
De volgorde van de ontwikkeling gaat altijd van de zachte naar de harde ontwikkelaar. Aangezien PE-papieren al ontwikkelaarsubstanties in de emulsie kunnen bevatten, moet het papier worden voorgeweekt voordat het in de eerste ontwikkelaar wordt verwerkt.
Groeten uit Westfalen
Henning