De temperatuur – die controleer ik altijd bij het aanmaken en daarna niet meer; misschien moet ik daar verandering in brengen. Maar zonder schaalverwarmer kan ik daar natuurlijk bijna niets aan doen ...
Hallo Simon,
daar zul je echter dringend iets aan moeten veranderen als je eenvoudig reproduceerbare resultaten wilt hebben. Om het heel simpel te zeggen: een fotolaboratorium is toegepaste chemie. Chemie volgt bepaalde basisregels, bijvoorbeeld de thermodynamica en *alle* daaruit afgeleide grootheden.
Dat houdt in dat je, zonder veel kennis van het chemische proces (en dit geldt voor lith-prints, tonen en soortgelijke zaken voor iedereen op aarde), alle bekende parameters zo constant mogelijk moet houden. Vooral wat betreft temperatuur, tijd, concentratie (dus thermodynamica, dat gaat iets verder dan de berekening van waterkokers in de studie werktuigbouwkunde; en begint ongeveer bij Gibbs-Helmholtz).
Dan blijft er eigenlijk alleen nog een concentratiewijziging (in het Nederlands: "badbenutting") over voor verrassende resultaten. En als niets helpt, draai je gewoon aan deze schroef.
Normale negatieffilms ontwikkelt ook niemand met verschillende ontwikkelingsconcentraties, temperaturen en tijden, om zich daarna te verbazen over verschillende resultaten.
Bij de badtemperatuurregeling werkten destijds al aquariumverwarmers en een lichte circulatie. In "Elektronik für den Hobby-Fotografen" wordt een goedkope badtemperatuurregeling beschreven met behulp van constantandraad en mechanische thermostaten. Dat werkt zelfs verrassend goed en kost bij Conrad in totaal minder dan een tweedehands schaalverwarmer van eBay.
Met vriendelijke groeten,
Franz (ik ben toevallig chemicus)