Gast
Hoe moet je sneeuwlandschappen op zwart-wit belichten en ontwikkelen?
Tot nu toe heb ik op basis van oude informatie de grijskaart gemeten, 1-2 stops onderbelicht en ontwikkeld met N+1...N+2. Daarmee kreeg ik weliswaar een goede detailweergave in de sneeuw, maar de rest was keihard.
Uiteindelijk heb ik gelezen dat je integraal moet meten en 2 stops overbelichten.
Heeft iemand hier ervaring mee?
Groeten
Thomas
MirkoBoeddecker
Thomas,
laat de N+1 en N+2 bij het ontwikkelen achterwege!
Waar stond dat en waarom?
De grijskaart is het belangrijkste – je mag de sneeuw niet meten.
Of gebruik de integraal en corrigeer met 1-2 stops meer belichting als je geen grijskaart bij de hand hebt.
Onderbelichten en pushen is naar mijn mening de verkeerde manier, tenzij je de sneeuw zelf wilt fotograferen en niet een motief in de sneeuw, waar ook andere grijstinten aanwezig zijn.
Dan zou je met EXP-2 en DEV+2 natuurlijk de schaduwen laten verdwijnen en de lichte delen in de sneeuw beter tot hun recht laten komen.
Groeten,
Mirko
Wolf_XL
...je kunt ook een spotmeting doen, of je laat de objectmeting helemaal achterwege en doet een lichtmeting... Maar meestal is het zoals Mirko schreef: gewoon een of twee stops erbij en klaar is Kees. Dat is ook logisch: je lichtmeter wil een gemiddeld grijs weergeven, maar de sneeuw is wit. Dus moet de sneeuw op het negatief donkerder worden => de hoeveelheid licht moet dienovereenkomstig groter worden...
Gast
Hallo Mirko,
Hartelijk dank voor je snelle reactie.
Tja, je moet gewoon kiezen: ofwel perfect gedetailleerde sneeuw, ofwel een omgeving met de juiste toonwaarden. Dat laatste is waarschijnlijk de betere keuze als het in verhouding van belang is.
Groeten, Thomas
Gast
Hallo Wolf,
Hartelijk dank.
Zie mijn antwoord aan Mirko.
Groeten, Thomas
Gast
Thomas,
Een sneeuwfoto is een zogenaamd "hey-key"-motief, dat wil zeggen dat je één stop meer belicht dan de lichtmeter aangeeft, anders wordt de sneeuw grijs. Gebruik vervolgens zacht fotopapier en vergroot de foto zo dat de sneeuw nog net wat structuur heeft; de rest gaat vanzelf.
Als je alleen sneeuwfoto's maakt, kun je 2 stops meer aan belichting toevoegen en 20% korter ontwikkelen en normaal papier gebruiken, dat ziet er nog beter uit.
Nog een tip: zorg ervoor dat de zon op de sneeuw schijnt, anders ziet de sneeuw eruit als "aardappelpuree". Mistfoto's met sneeuw zijn extreem moeilijk.
Oleksander
piu58
Tja, je moet gewoon kiezen: ofwel optimaal uitgewerkte sneeuw, ofwel een omgeving met de juiste grijstinten. Dat laatste is waarschijnlijk de betere keuze als het in verhouding van belang is.
[right][post="5619"]<{POST_SNAPBACK}>[/post][/right]
Moderne films slagen erin om de sneeuw goed door te tekenen *en* mooie grijstinten in de omgeving te behouden. Bij zon zou ik eerder in de richting van N-1 ontwikkelen, in geen geval in de richting van hard. En een rechtstreekse afdruk wordt het dan zeker ook niet: terughoudendheid en nabelichting zullen waarschijnlijk nodig zijn.
Zonder zon is sneeuw echt problematisch: het is moeilijk om te voorkomen dat het eruitziet als gips. Er zit nu eenmaal geen glinstering in. Maar ook in dergelijke situaties zou ik normaal ontwikkelen. In de donkere kamer is dan nog wat extra werk/ervaring nodig.
Gast
Hallo Oleksander,
Hartelijk dank voor de tip.
Groeten
Thomas
Gast
Hallo piu,
Hartelijk dank voor de tip.
Groeten
Thomas
Gast
Gelukkig is hij die een handmatige belichting heeft.
Lichtmeting en klaar is Kees. Wit blijft wit, zwart blijft zwart.
Het enige probleem is dat sneeuwmotieven meestal een hoogtecontrast hebben, vooral als er ook onbesneeuwde objecten in staan.
Dus belicht en ontwikkel liever op N-1, zodat het geheel nog op de film komt.
Dat werkt vooral ook goed bij een bewolkte hemel, dat haalt wat van het contrast weg, en de lichtmeting is dan hetzelfde voor de meter en het object.
Groeten
Martin
Gast
Wat dacht je ervan om je te verdiepen in het zonesysteem? Dan lossen zulke problemen zich vanzelf op.
Gast
Hoi Wolfgang,
Helaas niet. Het zonesysteem liegt helemaal niet. Het helpt alleen om binnen de soms vrij krappe grenzen van de werkelijkheid het optimale compromis te vinden.
Verder kun je hooguit nog trucs toepassen met "curve-buigende" ontwikkelaars, die de lichten dus vlakker ontwikkelen dan de schaduwen. (Tweebad, waterbad, enz.), of bijbehorende druktechnieken, als je erin slaagt alles op het negatief te krijgen.
Groeten
Martin
Gast
P.S.: uiteindelijk lijkt het probleem nogal op dat van het verkrijgen van een goed uitgetekende lucht bij objecten die nog steeds gedifferentieerd zijn, maar helaas zonder de mogelijkheid om met een roodfilter iets te redden.
Groeten
Martin
Gast
Max: Dus wat uitgebreider. Thomas heeft in eerste instantie een belichtingsprobleem. Door het zonesysteem te leren, raakt hij zo grondig vertrouwd met de gekozen combinatie van film en ontwikkelaar, en vooral met de grenzen daarvan, dat hij hier meteen inziet: ofwel moet ik het ene of het andere in de karakteristieke kromme opnemen, ofwel neem ik beide op, maar dan moet ik in het lab extra werk verzetten, d.w.z. in dit geval bijvoorbeeld de foto in zones met verschillende gradatie indelen en dienovereenkomstig belichten. Dat leer je allemaal door je intensief met het zonesysteem bezig te houden, omdat je onvermijdelijk alle basiskennis over gradatie, karakteristieke kromme, belichtingscontrast, motiefcontrast enz. in je opneemt. Naar mijn ervaring worden dergelijke motieven pas daarmee beheersbaar en zonder frustratie afdrukbaar. En het mooiste is: je verspilt geen film meer aan "veiligheidsopnames", omdat elke belichting klopt (ik denk bij grotere negatiefformaten). En tot slot: wie bij het vergroten de hoogste kwaliteit wil, en dat wil hier waarschijnlijk iedereen, MOET de karakteristieke kromme van de film altijd vrij nauwkeurig op deltaD=1,5 (5 diafragma's) afstemmen, anders gaan toonwaarden verloren. Alleen het zonesysteem garandeert mij dat.
piu58
Max: ... Als je het zonesysteem onder de knie krijgt, leer je de gekozen combinatie van film en ontwikkelaar zo goed kennen...
En al na twee jaar heb je een heel behoorlijke sneeuwfoto in handen.
Even serieus: naast al dat leren, testen en proberen moeten er tussendoor ook een paar mooie foto's uitkomen. Daarvoor heb je eerst een kleine tip nodig. Dat je bovendien de basisprincipes van de sensitometrie moet begrijpen, is een algemeen bekend feit. Maar dat gaat helaas niet van de ene op de andere dag.
Gast
Piu58: deze thread heeft veel lezers, dus het onderwerp wekt veel belangstelling. Ik vind het daarom belangrijk dat hier realistische informatie wordt gegeven. "2 jaar" was vast en zeker grappig bedoeld.
Om de basisprincipes van het zonesysteem te begrijpen en op zijn minst één film/ontwikkelaarcombinatie uit te proberen, heb je ongeveer 10 avonden nodig en moet je niet bang zijn voor wat wiskunde vanwege het omgaan met dichtheidscurves. En dan kun je al ervaring opdoen met je eerste opnames. Het is natuurlijk toegestaan om daarnaast gewoon "op de traditionele manier" door te gaan met fotograferen. Je hebt er zelfs al veel aan als je alleen je huidige film/ontwikkelaarcombinatie neemt, eens een grijsschaal belicht (10 stappen met telkens een verdubbelde lichthoeveelheid, bij kleinbeeld gewoon één foto per stap), de film meet, bijvoorbeeld met de laboratoriumbelichtingsmeter, en de dichtheidscurve noteert. Dat kost amper een avond.
Ik kan alleen maar zeggen: als ik mijn negatievenarchief op de lichttafel leg, vind ik het jammer dat ik het zonesysteem niet al op mijn zestiende ben tegengekomen. De kwaliteitssprong in de negatieven, alleen al wat betreft de opbrengst (sindsdien bijna 100%), is niet te missen. En er is gewoon geen motief meer dat me in de war brengt. Natuurlijk laat het zonesysteem lastige contrastsituaties zoals bij Thomas niet zomaar los. Maar het schept de beste voorwaarden om samen met de volgende stappen, of dat nu in het lab is of via EBV, het optimum te bereiken. En dan wordt het pas echt leuk!
piu58
Piu58: deze thread heeft veel lezers, dus het onderwerp wekt veel belangstelling. Daarom vind ik het belangrijk dat hier realistische informatie wordt gegeven. "2 jaar" was vast grappig bedoeld.
Een beetje humoristisch wel, maar niet helemaal overdreven.
Ik heb me een paar jaar geleden door St. Ansel heen geworsteld. Die is niet bepaald makkelijk te begrijpen. En als je het dan eenmaal doorhebt: wat is er eigenlijk nog net getekend? En wat als de karakteristiek van de film over 11 zones niet lineair is en de lichten comprimeert? Of de schaduwen verzanden? Let wel, dat zie je in het begin helemaal niet, maar alleen dat er iets niet klopt.
En dan nog de visualisatie. Waar moet de sneeuw eigenlijk heen? Natuurlijk, hij is wit. Toch moet ik hem onderwerpen aan belichting tot lichtgrijs. Er is een foto van A.A. waarop de sneeuw donkergrijs is. Toch komt het overtuigend over.
Als iemand het je *uitlegt* en je later nog wat tips geeft, gaat het allemaal veel sneller. Als je je er helemaal alleen doorheen worstelt, kan er al een jaar voorbijgaan. In ieder geval ligt er dan geen sneeuw meer, de winter is voorbij.
Ik vind het best nuttig om je met sensitometrie bezig te houden en voor echt goede foto's is het zelfs nodig.
Maar we zitten niet zo ver uit elkaar. 10 avonden alleen maar het zonesysteem, dat zijn 10 weken of meer. Avonden dienen verschillende doelen en foto-avonden moeten ook wel eens worden gebruikt om gewoon het nieuwe materiaal te verwerken/vergroten.
Gast
Ik zou het ongeveer net zo zien als Uwe.
Even de theorie doornemen helpt om het te begrijpen (ook om te voorkomen dat je tips overneemt waarbij de tekens duidelijk zijn omgedraaid, zoals N+1 - N+2). (Het kan natuurlijk zijn dat het hier bedoelde motief alleen uit sneeuw bestond en dus inderdaad een zeer laag contrastbereik heeft).
Inmiddels zijn er op het web ook een heleboel "vervangingspogingen" voor het zonesysteem te vinden. Als je bedenkt dat Adams zich tot amateurs richtte, is het echt moeilijk te begrijpen.
Voor de praktijk, vooral als het gaat om "veelbeeld"-films zoals KB en 120, zal zich toch een "Pi x Zone" doorzetten.
Groeten
Martin
Gast
In het tijdperk van de 35-urige werkweek (een week telt maar liefst 168 uur) zouden vooral jonge mensen toch meer dan één avond per week moeten kunnen besteden aan het op een zinvolle manier verbreden van hun horizon.
Een heel positief neveneffect van het zonesysteem heb ik nog helemaal niet genoemd: de noodzakelijke grondige test van film en ontwikkelaar zorgt er automatisch voor dat dat constante uitproberen van andere films en ontwikkelaars eindelijk ophoudt! Want wie heeft dat nog niet meegemaakt: je bent ontevreden over je resultaten, je hebt de laatste reclame van xxx nog in je oren en hop, staat er weer een nieuwe ontwikkelaar in het lab. Op een gegeven moment heb je dan 10 aangebroken en langzaam bruin wordende ontwikkelaarsconcentraten staan, de groenteschaal in de koelkast zit ook vol met diverse filmsoorten en de resultaten zijn toch, nee, juist daarom niet beter geworden. Het zonesysteem maakt grondig korte metten met dit domme gedrag en dwingt je je te concentreren op 1..3 combinaties. Die ken je dan echter zo goed dat geen enkele wonderfilm of wonderwater, op de gebruikelijke manier toegepast, daar tegenop kan.
Gast
Terwijl ik Martins antwoord aan het bewerken was, heb ik even wat geknutseld: Adams is moeilijk te lezen, Andreas Weidner is al een stuk begrijpelijker, waarbij ik zijn inspanning aan de positieve kant gewoon heb vervangen door split-filtering. Maar waarom zou iemand die geïnteresseerd is niet gewoon even Google gebruiken en het internet afspeuren naar begrijpelijke handleidingen?