Hallo Jens,
Veel succes met Baryt!
Wat betreft de ontwikkeltijd bij PW: het papier bevat geen ingebouwde ontwikkelaar, daarom moet het langer in de ontwikkelaar blijven. Zelfs na drie minuten komt er nog steeds iets naar voren.
Het feit dat je bij PW aanzienlijk langer moet belichten, hangt samen met het feit dat de emulsie gewoon minder gevoelig is. Dat heeft echter niets te maken met ingebouwde ontwikkelaars, het is eerder zoals bij films, waar er 100-ers en 400-ers zijn. In vergelijking met Agfa MCP (PE-papier) belicht ik PW ongeveer twee tot drie keer zo lang, afhankelijk van de partij.
Wat het drogen betreft: de plakbandmethode is al beschreven. Ik heb deze enigszins aangepast en plak de afdrukken zwevend in een houten lijst, met plakband op de achterkant van de afdruk en het oppervlak aan de binnenkant van de lijst. Zo krijg ik twee afdrukken in één lijst en heb ik absoluut geen last van stof.
Let op: het plakband drukt door de afdruk heen, plak daarom alleen aan de rand. Dat is vooral vervelend bij kleine formaten, omdat je al zo'n 5-10 mm rondom nodig hebt voor een stevige hechting.
Het alternatief is drogen in de droogpers. Tegen de doek gedroogd (emulsie tegen de doek) geeft dat een mooie "matglans". Zorg er daarbij voor dat je de tijd neemt om te drogen. Gebruik de pers niet als bakplaat, iets warmer dan handwarm is voldoende. Laat de pers afkoelen voordat je de afdruk eruit haalt (je kunt bovenop het doek voelen of hij droog is), bewaar de afdruk een nacht tussen twee zware boeken, klaar.
Voor hoogglans heeft Friedrich Helms ooit een geweldige handleiding geschreven in het parallelle forum:
Beste fotovrienden,
(Als je geïnteresseerd bent, kun je het beste even van het internet afgaan of dit opslaan en later lezen, aangezien de tekst vrij lang is; het is ook meer bedoeld voor beginners in het drogen met hoogglans)
Perfecte hoogglans, maar hoe?
Welnu, perfecte hoogglans zal waarschijnlijk maar zelden worden bereikt, maar zeer goede hoogglans is zonder meer mogelijk.
Ik wil hier nu eens alles samenvatten wat ik hierover heb kunnen leren sinds 1950 (mijn eerste poging), omdat het me opviel dat dit onderwerp heel vaak aan de orde komt en mislukkingen schijnbaar aan de orde van de dag zijn (bij mij in het begin ook, maar toen waren er nog fotowinkels waar je zoiets kon vragen).
1) Nauwgezette reinheid: de hoogglansplaat (hoogglansfolie betekent hetzelfde) moet onberispelijk schoon zijn, omdat er zich in de loop van de tijd gelatine op verzamelt.
2) Het laatste bad van de foto's mag niet verontreinigd zijn (stof, haren enz.), omdat er anders vlekjes (kleine matte puntjes) kunnen ontstaan.
Als de hoogglansplaat niet schoon is (vrij van gelatine), blijven de foto's plakken. Reinig deze in principe met spiritus; als dit niet voldoende is, gebruik dan talkpoeder.
Bestrooi de hoogglansplaat hiermee, wrijf het in en verwijder de resten met water; tegen kalkvlekken helpt azijnreiniger.
Als dit alles nog steeds niet voldoende is, de foto's dus nog steeds vastzitten, blijft er niets anders over dan chroompolijstmiddel, wat ik echter helemaal niet prettig vind, omdat de plaat daarbij heel licht bekrast raakt; een alternatief is mij in dit geval echter niet bekend.
Mocht u last hebben van deze haarfijne krasjes, die nauwelijks te zien zijn, dan moet u gewoon een nieuwe hoogglansplaat kopen.
3) De basisprocedure
Haal de foto's uit het laatste bad en leg ze druipnat op de hoogglansplaat, die al minstens ongeveer 10 minuten aan moet staan, en druk ze plat.
Het aandrukken zelf gaat als volgt: kleine foto's worden één keer met matige druk aangedrukt met behulp van de rolpers, grotere foto's worden vanuit het midden stervormig aangedrukt, eveneens met matige druk.
De hoogglansplaat wordt daarbij uiteraard uit de droogpers gehaald, waarna men deze iets laat afkoelen en pas dan de foto's aandrukt.
Voor bijzonder goede resultaten wordt de plaat tussen elke persbeurt in spiritus gelegd om verontreinigingen te verwijderen (maar eerlijk gezegd doe ik dat zelden).
De droogtemperatuur moet tussen 70° en 80° liggen.
Na het opspannen wordt de hoogglansplaat op de pers gelegd en wordt de pers gesloten.
4) Hulpmiddelen
Er zijn in principe twee manieren om het hoogglanswerk te vereenvoudigen, die ook gecombineerd kunnen worden.
In het eerste geval gebruikt men een bevochtigingsbad, waarbij men het papier ongeveer 1 minuut laat weken en het daarna op de hoogglansplaat spant.
Ik zou het bevochtigingsmiddelbad met gedestilleerd water aanmaken, vooral bij kalkrijk leidingwater.
De resultaten zijn naar mijn mening nogal bescheiden, vooral sinds Tetenal „Glanzol“ niet meer in de handel is; als vervanging misschien Ilford „Ilfotol“.
Over de preparaten met ossenlevergal kan ik niets zeggen, maar ze zouden een vergelijkbare werking moeten hebben.
In het tweede geval legt men de foto's eerst ongeveer een minuut in spiritus en knijpt ze daarna uit, waardoor de droogtijd wordt gehalveerd.
Deze methode levert naar mijn mening de beste resultaten op, maar de geur van de spiritus staat dit in de weg (gebruik geen spiritus die met benzine is vervalst, dat ruik je een eeuwigheid).
Men kan ook nog het bevochtigingsmiddel aan de spiritus toevoegen, maar ik heb daar tot nu toe geen voordelen van kunnen zien.
Bij beide methoden mogen de foto's niet al te nat in de pers gaan, zodat ze niet onnodig verdund worden, maar wel druipnat op de hoogglansplaat komen.
Formaline is geen glansmiddel, maar een beitsbad en bovendien uiterst schadelijk voor de gezondheid. Het werd gebruikt bij het anders niet droogpersbestendige „Agfacolor-papier” van vóór 1971 (bij alle Colorbaryt-papieren, voordat deze uit productie werden genomen; Kodak zou een uitzondering kunnen zijn geweest) en voor het heetdrogen van mat en gestructureerd fotopapier.
5) Verdere werkwijze
Na 10-15 minuten (met spiritus 5-8 minuten) bij fotopapier met kartondikte en 5-8 minuten (met spiritus 3-5 minuten) bij fotopapier met papierdikte wordt de pers geopend; de foto's zijn nu losgekomen.
De foto's liggen nu nog lang niet vlak; leg ze daarom gewoon op een glad, zo koel mogelijk oppervlak, waarna de foto's zich zullen vlakken.
Om het vlakker worden te bevorderen, snijdt u ze aan de rand ongeveer een millimeter bij (dit is echter nauwelijks nodig, maar wel tijdrovend).
6) Problemen
Als er stippeltjes ontstaan, was het laatste bad of de hoogglansplaat verontreinigd. Werk dan netter (dat moet ik mezelf ook vaak zeggen). Je kunt ze niet helemaal voorkomen, tenzij je je Duka als een cleanroom wilt inrichten, zoals in de micro-elektronica, als je dat wilt betalen.
Grapjes terzijde, matte plekken van grotere omvang ontstaan door slecht aandrukken van de afbeeldingen, of door een ongelijkmatig verwarmende droogpers (bij moderne en goede oudere apparaten zeer zeldzaam).
Dat mag u natuurlijk niet verwachten van het amateurmodel in 18*24 uit de jaren vijftig, hoewel het ook daarmee heel redelijk gaat.
Golvende scheuren in de foto worden schelpbreuk genoemd; ze ontstaan door te heet drogen.
Als de droogpers geen thermostaat heeft, schakelt u deze ongeveer 1 minuut van tevoren uit (tijdens het bad met bevochtigingsmiddel of spiritus en de tijd waarin de hoogglansplaat moet afkoelen; u verliest dus geen tijd), daarna is er nauwelijks nog schelpbreuk.
Een slechte hoogglans kan ook ontstaan door een verkeerde doekspanning, maar meestal wordt die automatisch geregeld.
Vlekken op de achterkant van de foto's ontstaan door een vuile doek; meestal helpt het om deze uit te koken of gewoon te vervangen (vraag om linnen).
7) Overige
Om te beginnen moet men zijn hoogglanswerk met papier van papierkwaliteit starten, omdat hoogglans daarop gemakkelijker lukt.
Voor zover ik weet, is er nog Forte „Bromofort“, het daarmee identieke „UNIVERSAL B“ van Banse en Grohmann (Wernigerode/Harz) en het via phototip (Kiel) verkrijgbare Kentmere „Bromide“ in papierstark.
Om goedkoper te werken en meer ervaring op te doen, omdat je dan meer foto's kunt maken, raad ik je aan om in het begin kleine formaten te gebruiken.
UNIVERSAL B is verkrijgbaar vanaf 7*10 cm en Bromide vanaf 9*14 cm. Ik vind Bromide iets mooier, maar het is wel aanzienlijk duurder.
Het beste is om alles wat geschikt is voor hoogglans zo te bewerken; ik gebruik daar zelf ook vandaag de dag nog geen PE-papier voor, zelfs niet in de kleine formaten. Met de nodige oefening gaat dat allemaal bijna net zo snel als op PE-papier.
Mocht dit wat droog en belerend hebben geklonken, dan vraag ik u daarover heen te kijken, maar het is nu eenmaal zo'n onderwerp en zo nauwkeurig moeten de uitleg toch zijn?
Ik hoop dat ik geen vragen onbeantwoord heb gelaten en wens u, beste fotovrienden, veel succes.
Veel succes
Friedrich Helms
Met vriendelijke groeten,
Franz