PhilippReichmuth
Hallo,
zoals we al een tijdje geleden hadden aangekondigd, hebben we geëxperimenteerd om te zien in hoeverre de ADOX-printfilm voor internegatieven geschikt is voor afdrukken op POP-papier via de contactmethode. We hebben dit op twee manieren geprobeerd: enerzijds door de printfilm direct tot internegatief om te ontwikkelen, en anderzijds via een tussenstap met een interpositief en hercontact.
Ervaringen:
(1) Voor de omkeerontwikkeling van ADOX-printfilm met de Foma-omkeerset:
(1.a) Omkeerontwikkeling van ADOX Creativ-vlakfilm is in principe mogelijk.
(1.b) De emulsie van de printfilm is blijkbaar vrij gevoelig, terwijl het proces zelf al hoge eisen aan de emulsie stelt door de wisselende pH-waarden van de afzonderlijke bakkers. We hebben een testronde gedaan met schaalverwerking en temperatuurschommelingen van twee tot drie graden, waarop de film reageerde met loslatende emulsies; maar ook in een andere ronde met getemperde baden en rotatieverwerking begon de emulsie al los te laten. ADOX-printfilm ontwikkelt zich overigens vrij snel voor een film.
(1.c) Op zich lijkt schaalontwikkeling hierbij beter te werken, het proces is over het algemeen beter te controleren. Daar staat tegenover dat het geheel nogal stinkt, bijvoorbeeld vanwege het zwavelzuur.
(1.d) Over het geheel genomen is omkeerontwikkeling alleen de moeite waard als men de kopieerstap via een interpositief wil besparen, bijvoorbeeld om de tonaliteit te behouden of iets dergelijks. Goedkoper is de omkeerontwikkeling niet, omdat de omkeerkit proportioneel meer kost dan een vel printfilm 24x30. Je bespaart ook niet veel tijd, omdat de omkeerontwikkeling zo lang duurt, vooral als je het negatief tussendoor verprutst (grom). Dat is ook een kwestie van de uitrusting in het lab en de mogelijkheden om de parameters voor de omkeerontwikkeling van de vlakfilms constant te houden.
(1.e) Misschien moet in Steinkimmen nog eens worden uitgeprobeerd in hoeverre het proces voor een gevoelige emulsie, zoals bij de ADOX-printfilm, nog kan worden geoptimaliseerd.
(2) Twee tussenafdrukken (interpositief-internegatief):
(2.a) Eerste kopie (interpositief): vergroten van het originele negatief. Let op: de ondergrond mag geen contouren vertonen, omdat deze zichtbaar worden op de film. Theoretisch zou men het negatief ook eerst kunnen omzetten en vervolgens in een tweede stap vergroten, maar de printfilm is goedkoop genoeg om het informatieverlies te minimaliseren. Ontwikkeling in RODINAL 1+25 tot interpositief; bij de keuze van de eerste ontwikkelaar moet men er enigszins op letten dat het interpositief niet te hard wordt, anders krijgt men achteraf keiharde afdrukken, want wat eenmaal hard is, wordt niet weer zacht.
(2.b) Tweede kopie (internegatief): omcontacten van het interpositief. We hebben het ontwikkeld in Tanol, vanwege de stain en de belichting van het POP-papier bij daglicht. Dichtheid en gradatie moeten pas bij deze stap worden vastgelegd. De ontwikkeling is een beetje lastig. In het begin kun je dat heel goed op het oog doen. POP-papier is alleen gevoelig voor blauw en UV, wat de stain van Tanol beide blokkeert; daarom mag het internegatief gerust wat dunner lijken, omdat plekken die voor het blote oog normaal tot middelmatig dicht lijken, door de kleurstof al bijna ondoorzichtig zijn. De ontwikkeltijden zijn, zoals hierboven aangegeven, een stuk korter dan voor andere films, omdat printfilm sneller ontwikkelt, daarom is visuele ontwikkeling echt aan te raden voor het begin.
Het interpositief kun je daarna weggooien, bewaren, op het raam plakken of wat dan ook.
(3) Definitieve afdruk op POP-papier via de contactmethode:
(3.a) Voer de belichting van het internegatief via de contactmethode uit bij daglicht of UV-licht op POP-papier uit. POP-papier heeft een vrij groot contrastbereik, dus je hebt relatief dichte negatieven nodig als je detail wilt zien. Vlekvormende ontwikkelaars zijn in dat opzicht geschikt. We hebben twee series afdrukken gemaakt:
(3.b) Eerste serie: interpositief hard maar dun ontwikkeld, het internegatief vervolgens in Tanol zichtontwikkeld tot een voor het oog normale dichtheid. Het resultaat ziet eruit als een fotokopie – dat kun je ook goedkoper krijgen. De details in de lichten zijn verdwenen, temeer omdat het POP-papier bij het fixeren nog meer detail in de lichten verliest.
(3.c) Tweede serie: interpositief ontwikkeld in een compensatieontwikkelaar, het internegatief vervolgens in Tanol, zodat het voor het oog wat vlak overkwam. De afdrukken werden goed, met diepe schaduwen, detail in de lichten en mooie toonwaarden.
(3.d) Bij het fixeren verliest men bij POP-papier altijd iets aan dichtheid in de schaduwen en aan detail in de lichten. Voor de schaduwen kan men dat met goudtoner vóór het fixeren enigszins voorkomen, maar die vreet daarvoor de lichten weg en is ook geen goedkoop genoegen. Seleentoning behoudt de hoge lichten, maar geeft bij POP-papier ook een lichte basissluier. Vooral als men de foto's dus niet wil tonen, moet men ze in het algemeen iets donkerder belichten dan ze er achteraf uit moeten komen; met goud kan men de schaduwen na het fixeren redden, met selenium de hoge lichten. POP-papier donker wordt tijdens het drogen ook nog wat, vergelijkbaar met sommige warmtoonpapieren.
(3.e) POP-papier laat zich slecht in de pers drogen, omdat de emulsie relatief plakkerig is. De drager is echter erg meegaand, en met andere droogmethoden krijg je het heel goed glad. Wij hebben onze afdrukken met de achterkant op glasplaten geplakt en daar gedroogd.
Zo, misschien helpt dit jullie verder. Hartelijk dank aan Mirko voor het ter beschikking stellen van de printfilm en ook van de omkeer-kit; misschien valt er nu in Steinkimmen nog meer te zeggen over de omkeerontwikkeling van de printfilm (hoewel dit hoe dan ook duurder zou zijn dan de weg via een interpositief)!
Samuli & Philipp