Gast
Hallo,
misschien heeft iemand hier een idee. Het gaat om het versterken van een zwakke negatieve film.
(35 mm bioscoopfilm)
In principe ben ik op zoek naar precies het tegenovergestelde van een Farmer-verzwakker.
De negatieve film is een oud unicum en alle kopieertests op verschillende
materialen leverden geen bevredigende resultaten op.
Als iemand hier al eens ervaring mee heeft gehad, zou ik dankbaar zijn voor
elk idee. In principe ben ik op zoek naar een recept of een oplossing waarmee
men een ontwikkelmachine zou kunnen vullen.
Groeten
Ernest
Urnes
Hallo Ernest,
ik zou eens naar selentoning kijken. Ik heb weliswaar niet veel ervaring met het tonen van film, maar bij papieren afdrukken verhoogt het het contrast. Misschien is het de moeite waard om het eens te proberen.
Groeten, Sven.
uworischki
Ik zou het eventueel eens met een koperen versterker proberen; voor zover ik weet heeft Impex nog een paar restvoorraadstukken van Orwo (A605) voor 75 cent in de uitverkoopbak...
MirkoBoeddecker
Klopt, die hebben we.
Werkt die nog goed?
Heb je die al eens geprobeerd?
Groeten,
Mirko
Voor zover ik weet, is het enige dat echt werkt een uraniumversterker.
Maar waarschijnlijk maak ik mezelf strafbaar door dit hier alleen maar te vermelden.
In zoverre distantieer ik me *nu* meteen weer van mijn bovenstaande uitspraak :rolleyes:
Urnes
Nou, ik zou het recept voor Urantoner kunnen bijdragen. :rolleyes:
Groeten, Sven.
Gast
Ernest,
heb je al alle kopieermethoden geprobeerd, zoals heel hard kopieermateriaal of reproductie in donkerveld?
Zo niet, dan eerst even dit: bedoel je echt 35 mm-film en geen 35mm-film? Moeten we dan rekening houden met afwijkingen van enkele meters tot kilometers?
Dat zou niet zonder problemen zijn, aangezien men doorgaans, in ieder geval bij de chroomversterker, op het oog werkt.
Om een lang verhaal kort te maken: het is, zoals reeds vermeld, Calbe-koperversterker die in de handel verkrijgbaar is, maar aangezien in West-Duitsland vroeger chroomversterker gebruikelijk was, durf ik gewoon te veronderstellen dat men, om deviezen te besparen, zijn toevlucht heeft genomen tot koper uit het Mansfeld.
En dat het uiteindelijk geen Agfacolor is, is dan volkomen normaal.
Ik heb zojuist de Kisselbach erbij gepakt en gekeken wat daar zo staat.
Ik citeer letterlijk:
Versterker
Zeer aan te bevelen, vooral voor kleinbeeldnegatieven, is de beitskleurversterking, in de handel bekend onder de naam „Fesachrom-versterker“.
Eerst worden de negatieven in een oplossing gebleekt.
In het daaropvolgende kleurstofbad zetten de kleurstoffen zich vast in overeenstemming met de aanwezige zilververbindingen.
Het loont de moeite om de negatieven voor de behandeling nogmaals 10 minuten te spoelen, zodat het eerste bad niet als A zwakker werkt.
Chroomversterker
Oplossing A
Water 200 cc
Kaliumbichromaat 10 g
Oplossing B
Zoutzuuroplossing 1:10
(soortelijk gewicht van het zoutzuur 1,16)
Men mengt:
Oplossing A 40 cc
Oplossing B 5 cc
Water 180 cc
In dit bad worden de negatieven gebleekt, vervolgens gespoeld en daarna in een normale positiefontwikkelaar gezwet.
Tot slot wordt er normaal gespoeld.
Zilverversterker (Agfa 600)
Oplossing A
Water 1 l
Hydrochinon 3 g
Citroenzuur 3 g
Oplossing B
Water 100 cc
Zilvernitraat 5 g
Meng voor gebruik 100 cc A met 10 cc B.
Het mengsel is niet houdbaar.
Het negatief wordt na het versterken kort afgespoeld en vervolgens twee minuten in een vers zuur fixeerbad behandeld.
Tot slot goed spoelen.
Of gewoon tonen, door middel van directe zwaveltoning, maar dat is bekend, of heel eenvoudig te vinden op internet; ik ben te lui om dat er ook nog bij te schrijven.
Veel succes
Roland
PS: Nogmaals in de stijl van de jaren vijftig, maar speciaal door mij geformuleerd, haast ik me op te merken.
Maar u wordt aangeraden te bedenken dat een dergelijke ingreep in het negatief niet noodzakelijkerwijs hoeft te slagen, ja, misschien zelfs tot de volledige vernietiging van de negatieven kan leiden.
Het wordt de gebruiker dan ook aanbevolen om het eerst te proberen op een minder belangrijk, misschien speciaal hiervoor vervaardigd negatief.
cfb_de
Vergeet die uranium-oplossingen maar meteen (net zoals koper-/chroom-/andere versterkers naar mijn bescheiden mening ook alleen maar als geruststellend middel dienen: waar niets is, kan ook niets uit de lucht worden gegrepen), want de laatste 25 gram uranylnitraat die in Europa vrij verkrijgbaar was, staat bij mij :-)
Nu is dat spul alleen nog verkrijgbaar tegen ongeveer vijfentwintig centimeter aan ingevulde/goedgekeurde/gelegaliseerde, hoog opgestapelde papieren.
Met vriendelijke groeten,
Franz
Gast
Franz,
Ik heb zojuist je bericht gelezen; dat wilde ik ook in mijn bericht zetten, maar ben het toen vergeten.
Afgezien van het feit dat ik betwijfel of de auteur nog interesse heeft: ‘vlak’ kan ook ‘onderbelicht’ betekenen, en dan zou er, afhankelijk van de film en de ontwikkelaar, best nog wel iets aan te doen moeten zijn.
Roland
cfb_de
Hallo Roland,
Je moet nu even voor alle anderen het voortouw nemen.
Als de negatieven "onderontwikkeld" zijn, zijn ze nu waarschijnlijk ook al gefixeerd. Je kunt dus alleen maar hopen dat ze in ieder geval goed belicht zijn, zodat je met kopieermateriaal met variabel contrast (bestaat dat überhaupt voor film?) nog iets kunt redden.
Je kunt hooguit de dichtheid "versterken" die zichtbaar is voor het menselijk oog. Maar waar voorheen geen schaduw was, is er achteraf ook geen. Ongeacht chroom, koper, zilver, uranium en andere tovermiddeltjes uit vervlogen tijden.
Al dat prachtige spul van onze voorouders is namelijk niet geschikt als "versterker", maar alleen als "toner". [Moderne term: "staining developer"]
Destijds werd er "versterkt" om binnen acceptabele kopieertijden van de glasplaat af te komen. Elektronische klokken met tienden van seconden en metingen waren toen nog niet uitgevonden.
Vroeger werd er "versterkt" om in totaal meer dichtheid (zie te zacht ontwikkeld) of meer contrast (NB: toen hadden ze nog geen MG-papieren, het zonesysteem was nog niet uitgevonden en vaak waren de belichtingspapieren hooguit "slapzacht") in het negatief te krijgen.
Maar er werd *nooit* "versterkt" om detail in schaduwen te krijgen, waar voorheen alleen de blanke filmdrager was. Dat kan niet en zo dom waren de voorouders ook weer niet om dat te eisen. En al helemaal niet waren ze zo dom om een hele bioscoopfilm aan een dergelijke behandeling (die het onherstelbare verlies van het origineel betekent!) te onderwerpen.
Ze kopieerden het destijds gewoon twee, drie keer, totdat het maximale zwart had, maar daarvoor in de plaats geen schaduwen meer. De OP mag eens in de bioscoop naar de gereconstrueerde versie van Metropolis gaan kijken.
Daar zie je heel mooi hoe er werd gewerkt. Bij het analoog recyclen van de oude filmrol vielen bij het tweede overschrijven de schaduwen weg, bij de bewerking voor digitale bioscoop mislukten vervolgens de lichten. Deze bioscoopreconstructie is literatuurwetenschappelijk en wordt elke avond in Duitsland in een of andere "cultuurbioscoop" vertoond als "gereconstrueerd origineel".
Zelfs de meest bizarre chemie is niet in staat om van "niets" "iets geweldigs" te maken. Dat kan alleen de mystiek, maar die heeft niets te maken met de op de natuurwetenschappen gebaseerde fotografie. We roepen geen slangen op, we voeren een belichting uit op zilverhalogeniden.
Met vriendelijke groeten,
Franz
Gast
Hallo allemaal,
alvast hartelijk dank voor de vele reacties. Ik ben vandaag pas weer aan het werk, dus ik
kom er nu pas aan toe om te reageren.
Het unieke exemplaar is een 35 mm-bioscoopfilm, het dragermateriaal is triacetaatcellulose en het is zwart-witmateriaal.
We hebben het volgende al geprobeerd: overzetten naar geluidsmateriaal, dus materiaal met een zeer hoog contrast
. Ook compensatie via belichting leverde geen goede resultaten op.
Ik ben nog een opmerking vergeten. Het materiaal moet helaas volgens de lokale voorschriften inzake waterbescherming
en afvalverwerking op de juiste manier kunnen worden afgevoerd. (Het is hier een staatsbedrijf)
Deze uraniummethode valt helaas af, is hier al eens geprobeerd en is vanwege de voorschriften
bijna onmogelijk toe te passen.
Groeten en bedankt voor de hulp
ernest
Gast
Hallo Franz,
Ik zal hier ook even direct reageren:
Het probleem is niet dat we geen detail uit de toverhoed moeten toveren.
Het materiaal bevat wel detail, maar dat is nu eenmaal extreem contrastarm.
Het filmmateriaal (zeer hard materiaal) waarmee we de kopieerprocedure hadden geprobeerd,
is echter te gevoelig om de grijstinten exact weer te geven, waardoor er dichtheidsfouten optreden.
En nee, er bestaat geen contrastomzettingsfilm voor cinefilm.
Voordat we materiaal aan een proces onderwerpen, wordt dit natuurlijk
eerst getest op proefrollen of een enkele scène, anders zouden we waarschijnlijk
geen unieke exemplaren meer hebben.
Dus ik denk dat tonen wel de juiste aanpak zou zijn, want zo zou je meer dichtheid kunnen halen uit
het materiaal zonder
omzetting – en dat betekent altijd verlies van informatie, dus uiteindelijk verlies van detail.
groeten
ernest
Gast
Ernest,
het makkelijkste is om gewoon standaard Kinepositief-materiaal te nemen en dat langer te ontwikkelen, totdat het hard wordt.
Met Kodak lukt het echter waarschijnlijk niet zo goed, dat is te kindvriendelijk; neem liever iets uit het Oosten, bijvoorbeeld Filmotec, Foma, Tasma of Svema.
Roland