Gast
Hallo,
Ik heb vandaag geprobeerd om de Negafort van Forte sterker te verdunnen, zodat ik me niet hoef te bezighouden met verdunningsfactoren (die Forte niet hoeft te vermelden) en hem als eenmalige ontwikkelaar te gebruiken.
De kant-en-klare werkoplossing (1 deel Negafort en 3 delen water) werd nogmaals verdund met 2 delen water, wat neerkomt op een verhouding van 1+11 of 1/12 ten opzichte van de ontwikkelaar.
Volgens pimalCalbeA49 ben ik uitgegaan van de dubbele tijd van de "stamhoeveelheid".
Proef nr. 1: oude Jobo-bus, 42 cc ontwikkelaar op 500 cc water, 10 min, 30 sec, daarna elke 30 sec gedurende 5 sec draaien, SVEMA FN 64 35mm-film
Het resultaat was dat de film aan de randen, d.w.z. boven en onder, in het perforatiegebied redelijk goed ontwikkeld was, maar in het midden bijna helemaal niet, wat heel goed te zien was aan het begin van de film.
Ik dacht eerst aan een emulsiefout, zij het van een wat vreemde soort, daarna heb ik nog eens 15 foto's op een nieuwe film volgeschoten (afgeknipt) en ontwikkeld.
Poging nr. 2: AP-bus, 33 cc op 400 cc water, de rest zoals bij poging 1
Het resultaat was bijna hetzelfde, alleen iets verder naar het midden van het beeld ontwikkeld.
Waar zou dat aan kunnen liggen?
Een emulsiefout is vrijwel uit te sluiten, aangezien ik al tien films uit dezelfde partij heb ontwikkeld zonder iets dergelijks op te merken. Voor de zekerheid ga ik het filmrestje van de afgesneden film ontwikkelen in stamoplossing, A49 of ID 11 om dit vast te stellen.
Het volgende is me echter te binnen geschoten: was er misschien te weinig ontwikkelaar, of zou kantelontwikkeling aan te raden zijn? Het lijkt me namelijk op de een of andere manier verband te houden met de perforatie, dat de film aan de rand ontwikkeld was, maar in het midden bijna niet.
Kunnen jullie hier nog iets beters op bedenken? Ik wilde deze ervaring in ieder geval even beschrijven, omdat ik het toch nogal vreemd vind.
Met vriendelijke groeten
Roland
FrankJBeckmann
Hoi,
Ik kan je waarschijnlijk niet echt helpen.
Wat betreft de ongelijkmatige ontwikkeling kan ik alleen maar bedenken dat de perforatiegaten aan de rand van het negatief voor een sterkere werveling van de ontwikkelaar zorgen. Daaruit zou je kunnen concluderen dat de ontwikkelaar in het midden van het negatief te snel uitgewerkt raakt. Misschien kun je het eerst eens proberen met een lagere verdunning?
Als dat niet werkt, kun je eens kijken welke verlengingsfactoren andere ontwikkelaars nodig hebben en die als richtwaarden gebruiken voor je eigen experimenten.
En als dat niet werkt, vervang dan gewoon de ontwikkelaar.
Tot ziens
Frank
Gast
Hallo,
Ik sluit me aan bij de vorige spreker: onderontwikkeling in het midden bij rotatieontwikkeling is een teken dat de ontwikkelaar daar sneller opraakt dan dat hij (door het mengen) wordt aangevuld. "Oude", wat dikkere films zijn hier naar mijn ervaring bijzonder gevoelig voor. Bij kantelontwikkeling zou dit probleem niet moeten optreden.
Groeten
GeorgK
Gast
Bedankt, dat had ik al zo'n beetje verwacht. Ik ga de Kipp-ontwikkeling nog een keer proberen, en als dat ook niets oplevert, ga ik ofwel weer met Stamm werken, ofwel de ontwikkelaar niet meer gebruiken.
Roland