Gast
Ik heb een probleem met het Classic Arts Polywarmtone-barietpapier. Ik moet mijn negatieven afdrukken met een gradatie van 3,5-4, anders worden de afdrukken te vaag. Ik bepaal de dichtheid van de negatieven met een Kunze FEM; deze liggen tussen 0,9 en 1,2, dus in een bereik tussen gradatie 2 en 3. Kan het zijn dat het papier bij wit licht een aanzienlijk lagere gradatie heeft dan 2? Mijn laboratoriumverlichting is rood.
MirkoBoeddecker
Hoi Tammo,
Dat zou kunnen. De spectrale gevoeligheid van het papier is zodanig aangepast dat er bij multigradefilters geen verlenging van de belichtingstijd tussen de gradaties 1-4 zou moeten optreden (helemaal lukt dat natuurlijk niet).
Daardoor zijn de gevoeligheden voor groen en blauw gewijzigd. Dat doet geen enkele andere fabrikant.
Afhankelijk van het "witlicht" dat je gebruikt, kan het daarom zijn dat Polywarmton een andere gradatie produceert dan andere multikontrast-papieren.
Groeten,
Mirko
Gast
Zijn de gradaties dan wel goed als ik met multigradefilters of met een kleurmengkop (Kaiser) werk? Waar kan ik zien welke filterwaarden (voor de kleurenmengkop) bij welk papier welke gradatie opleveren? Ik heb wel een tabel waarmee ik normaal gesproken werk, maar daar staat dat ik bij wit licht gradatie 2 heb en dat klopt nu niet helemaal meer. :angry:
Gast
Zijn de gradaties dan wel goed als ik met multigradefilters of met een kleurmengkop (Kaiser) werk? Waar kan ik zien welke filterwaarden (voor de kleurenmengkop) bij welk papier welke gradatie opleveren? Ik heb wel een tabel waarmee ik normaal gesproken werk, maar daar staat in dat ik bij wit licht gradatie 2 heb en dat klopt nu niet helemaal meer. :angry:
Je moet dit uitproberen. Schaf een grijswaaier aan en belicht verschillende filterinstellingen op teststroken (de belichtingstijd maakt in eerste instantie niet uit). Door de stappen tussen bijna helemaal zwart en bijna puur wit te tellen, kun je de ISO-R-waarde bepalen. Welke gradatie welke ISO-R-waarde heeft, kun je naar eigen smaak bepalen (dat doen de fabrikanten ook), een populaire reeks is 160-130-110-90-70-50 voor graad 0 .. 5
Gast
Door het aantal tinten tussen bijna helemaal zwart en bijna helemaal wit te tellen, kun je de ISO-R-waarde bepalen
Oké, het tellen van de zwarte en witte vlakken lukt me wel, maar hoe bereken ik dan de ISO-R-waarden? :angry:
Gast
Door het aantal tinten tussen bijna helemaal zwart en bijna helemaal wit te tellen, kun je de ISO-R-waarde bepalen
Oké, het beoordelen van de zwarte en witte plekken lukt me wel, maar hoe leid ik daar dan de ISO-R-waarden uit af? :angry:
De ISO-R-waarde is de decimale logaritme van het belichtingsverschil tussen de belichting die een dichtheid van 0,04 oplevert (dat is een heel zwak, zacht lichtgrijs) en de belichting die 90% van de maximale dichtheid van het papier oplevert, vermenigvuldigd met 100.
Begrepen?
Nee?
Een grijsschaal heeft gelijkmatige stappen, meestal 0,10 d (31-staps grijsschalen van 0-3,00 d) of 0,15 d (21 stappen van 0-3,00 d). Een diafragma is hetzelfde als een verschil van 0,3d (dus 3 of 2 stappen van de grijsschaal). Als je nu (in het contact, nooit in de projectie!!!) een grijsschaal op het papier ondergaat, zullen er enkele puur witte stappen zijn, enkele grijze en enkele helemaal zwarte. Als je nu de stappen telt die liggen tussen de eerste niet helemaal witte stap (dat is ongeveer de 0,04) en inclusief de laatste, nog niet maximaal zwarte stap (dat zou de 90% moeten zijn), weet je het belichtingsverschil dat ze heeft veroorzaakt. Vervolgens vermenigvuldig je gewoon het aantal stappen met de dichtheid per stap (dus 10 of 15), en dan heb je de ISO-R van dit papier voor deze filtering met deze vergroter.
Voorbeeld: er wordt een 21-staps wig gebruikt, veld 7 is minimaal grijs, veld 16 is nog niet kreeftzwart: 16 min 7 is 9, dat maal 15 is 135 ISO-R. Dat is dan ongeveer graad 1 (normaal gesproken 130).
Je mag zoiets nooit in de projectie doen, omdat daardoor effecten zoals diffuus of gericht licht, strooilicht in de lens en strooilicht in de Duka een rol zouden gaan spelen.
Martin
Gast
O jee, dat klinkt als een hoop werk in het lab. Ik ga het de volgende keer tijdens het practicum eens uitproberen. Bedankt!
MirkoBoeddecker
anders kun je natuurlijk altijd bovenaan op ‘fotopapier’ klikken en vervolgens op ‘Polywarmton’.
Als er bij PE geen waarden staan, neem dan Baryt – de emulsie is dezelfde.
Het is echter altijd beter om even te testen, want zoals gezegd is niet elke lamp even wit.
Onder normale omstandigheden zou het niet veel zachter dan 2 moeten zijn.
Groeten,
Mirko
Gast
Hallo Mirko,
heb ik dit nu goed begrepen? Bij de Polywarmton hoef ik me geen zorgen te maken over de verlenging van de belichtingstijd bij een toenemende filterdichtheid?
Dus gewoon geel erin voor een zachter resultaat en magenta erin voor een harder resultaat? Geen tegenfilter om de belichtingstijden gelijk te houden, geen verlengingsfactor tussen graad 1 en 4?
Ik vraag het voor de zekerheid nog even na. Ik heb anders altijd jullie foliefilterset gebruikt, maar ga nu mijn DeVere met kleurkop in gebruik nemen.
Groeten, Sven.
Roman
Hallo Mirko,
Heb ik dit nu goed begrepen? Bij de Polywarmton hoef ik me geen zorgen te maken over het verlengen van de belichtingstijd bij een toenemende filterdichtheid?
Dus gewoon geel erbij voor zachter en magenta erbij voor harder? Geen tegenfilter om de belichtingstijden gelijk te houden, geen verlengingsfactor tussen graad 1-4?
Ik vraag het voor de zekerheid nog even na. Ik heb anders altijd jullie foliefilterset gebruikt, maar ga nu mijn DeVere met kleurenkop in gebruik nemen.
Groeten, Sven.
[right][post="4602"]<{POST_SNAPBACK}>[/post][/right]
Sven,
ik ben weliswaar niet Mirko – maar ik denk dat je dat verkeerd begrepen hebt – het ging daar om multigradefilterfolies, waarbij er bij 1-4 theoretisch geen verandering in de belichtingstijd zou moeten zijn.
Als je met Y- en M-filters op een kleurenkop werkt (en geen combinatie van Y- en M-filters tegelijk volgens een tabel, maar alleen de afzonderlijke kleurenfilters gebruikt), veranderen de belichtingstijden zeker, omdat de hoeveelheid licht ook verandert.
Urnes
Hallo Roman,
Allereerst bedankt. Dan zal ik toch maar eens de oude Ilford-tabel met de C- en M-waarden tevoorschijn moeten halen om het uit te proberen.
Het verbaasde me alleen dat Mirko er speciaal op wees dat geen enkele andere fabrikant het zo doet. Bij Ilfords Multigrade heb je tussen 0 en 4 ook geen verandering in de tijd. Tenminste, volgens de gebruiksaanwijzing. Meestal zit ik tussen 2 en 3 en zet ik dan misschien nog iets met 5 op de schaduwen.
Heeft hier toevallig iemand richtwaarden voor het filteren bij Polywarmtone?
Groeten, Sven.
cfb_de
Mensen,
het kan blijkbaar niet vaak genoeg worden benadrukt: "Constante" tijden gelden altijd alleen voor *één* en *dezelfde* grijswaarde!
Alle beweringen die hiermee in tegenspraak zijn, vallen buiten de fysische chemie en blijven louter binnen de marketing.
Precies daarom bestaat er deze tegenstelling tussen RH-Analyzer, Splitgrade en Fineprintern. De een steekt geld in de zak en koopt tolerantie, de ander weet waar het om gaat :-)
Ook de filtercombinaties van geel en magenta gelden slechts voor één grijswaarde. Dit komt onder andere tot uiting in het feit dat elke (toch al half-spectraalblinde) meetsonde via filtering opnieuw moet worden gekalibreerd. Dus telkens "één papierindex per gradatie".
Veel in onze hobby heeft te maken met geloof, liefde en hoop. Maar absoluut niets gaat voorbij aan de exacte natuurwetenschappen. Absoluut niets! Het gaat om de invloed van licht op zilverhalogeniden. Dus echte toegepaste fysische chemie. Inclusief alles wat er bij de belichting met groen en blauw licht kan gebeuren. Of de bijbehorende subtractieve kleuren.
Met vriendelijke groeten,
Franz
Roman
Franz,
waarom denk je dat ik in mijn bericht nadrukkelijk 'theoretisch' heb geschreven...?
Roman
Kiste
Hallo,
De vraag van Sven was helemaal niet zo slecht, want ik denk dat Mirco het
een beetje verkeerd heeft uitgelegd.
De belichtingstijd heeft vooral invloed op de hoge lichten.
Bij de 'Hauch' op papierwit (vooral bij bovenaanzicht) kun je
belichtingstijden bij verschillende gradaties vergelijken.
Hoe meer licht het negatief doorlaat (dus op plekken met schaduw), hoe meer
invloed de filters hebben.
Er zijn echter minstens 5 gangbare methoden om de gradatie in te stellen zonder de exacte waarden te kennen.
Ilford-filters gaan gelijk tot # 3,5, daarna zouden de tijden moeten verdubbelen.
MG-koppen mengen Y en M en proberen de dichtheid te compenseren.
Kleurenmengkoppen kunnen via tabellen ofwel
a) met telkens één filter worden ingesteld (met correctie van de belichtingstijd) of
:D net als bij de MG-kop beide filters tegelijk, met een kleine correctie van de belichtingstijd
Als laatste dan splitgrade (handmatig of digitaal (Heiland), dat maakt niet uit).
Alle methoden hebben voor- en nadelen.
Ik zou aanraden om bij de negatieven controle uit te oefenen en deze
zo ideaal mogelijk te maken, en bij het papier, omdat er nog meerdere
variabelen zijn
(leeftijd van de lamp, halogeen of opaal, leeftijd van de filters, verschillende gradatiecurves enz.),
gewoon een paar foto's af te drukken om een indruk te krijgen en niet naar bepaalde filterwaarden enz. te zoeken. Als iets niet goed lukt, zoek er dan gericht naar,
zoals met de grijsschaal.
Daarnaast is er de manier waarop je een negatief meet!
Doe eens de volgende test. Maak een teststrook op de randstrook van het negatief in de contactafdruk.
De tijd waarbij de teststrook in eerste instantie niet zwart wordt, is de
juiste belichtingstijd voor de basiswaas.
Gebruik daarbij het filter dat je voor neutraal zou gebruiken
(bijv. # 2 of ook #2,5?!)
Maak dan nogmaals een contactafdruk met deze gegevens.
Als de schaduwen te donker zijn, heb je te weinig belicht; als de hoge lichten
"vlekkerig" zijn, te kort ontwikkeld. Omgekeerd is het net zo goed mogelijk,
bijv. uitgebleekte hoge lichten = te hard ontwikkeld.
Het getal van de gradatie is net zo relatief als de gevoeligheid op een film; het bestaat, en je oriënteert je erop, ....
Groeten, Stephan
Gast
Hallo Franz,
"Ook de filtercombinaties van geel en magenta gelden slechts voor één grijswaarde. Dit komt onder andere tot uiting in het feit dat elke (toch al half-spectraalblinde) meetsonde door middel van filtering opnieuw moet worden gekalibreerd. ....
Ik weet niet zeker of ik je goed heb begrepen, maar meestal meet je zonder filter in de straalgang (zo doe ik het tenminste). De spectrale gevoeligheid van de meetsonde speelt daarbij dus geen rol.
Met vriendelijke groeten
Ralph
Gast
Hallo,
ik gebruik nog steeds vaste gradatie, dus ik heb het nog niet getest, maar eigenlijk zou je toch dezelfde belichtingstijden moeten krijgen als je met drie filters werkt in plaats van twee, en altijd op dezelfde dichtheidssom instelt.
Roland
Roman
Roland,
het cyaanfilter heeft helemaal geen invloed op VC-papier en je kunt ook al een constante lichthoeveelheid bereiken door Y en M doelgericht te combineren (daar zijn de tabellen immers precies voor bedoeld) – het probleem is alleen dat hoge lichten, middentonen en schaduwen door de contrastverandering in verschillende mate veranderen. Als men dus een constante belichtingstijd wil bij meerdere contrastniveaus/filterinstellingen, kan dat altijd slechts voor één enkele grijswaarde in het spectrum van hoge lichten tot schaduwen gelden.