AntiLynd
Hallo allemaal,
ik overweeg om voor het middenformaat een nieuwe werkwijze aan te leren. Aangezien fotograferen in dit formaat voor mij sowieso al een langzamer proces is en ik voornamelijk stadslandschappen maak, kan ik me hier ook de luxe veroorloven om het motief voor elke opname opnieuw te meten met een semi-spotmeter, de schaduwen op „Zone“ III in te stellen – en vervolgens de film met de 12 mogelijk zeer verschillend belichte opnames op een manier te ontwikkelen waarbij ik me geen zorgen hoef te maken over de hoge lichten.
Dat is het plan. En hier komt dan mogelijk een tweebadsontwikkelaar om de hoek kijken, want precies dit (me geen zorgen hoeven te maken over de hoge lichten) is immers een van de belangrijkste voordelen die aan veel van deze ontwikkelaars wordt toegeschreven.
Vraag of suggestie daarom:
* wie van jullie gebruikt een tweebadontwikkelaar? Alleen onder bepaalde omstandigheden of zelfs als standaardoplossing?
* het gaat mij niet zozeer om „ik neem altijd Diafine als ik niet meer weet of ik de 400 als 200 of 800 heb belicht?“, dus om schadebeperking bij rampscenario’s. Wat ter discussie zou moeten staan, is de mogelijke geschiktheid van (bijvoorbeeld) Tweebad-D23, Moersch MZB, Stöckler of Barry Thorntons Two Bath voor 'serieus' werk. En dat houdt natuurlijk, net als bij eenbadontwikkeling, nauwkeurige procescontrole in. Van het idee dat tweebad geweldig is voor mensen die graag slordig werken, houd ik (zoveel kan ik al zeggen) niets.
* Een zorg van mij zou zijn dat een tweebad voor opnamesituaties met een lager dan normaal motiefcontrast eerder schadelijk dan bevorderlijk is. Wat zijn jullie ervaringen hiermee?
Ik kom überhaupt op het hele idee omdat mijn mentor, met wie ik momenteel aan het sleutelen ben aan het verbeteren van mijn werkwijze, van zichzelf zegt dat hij al > 15 jaar uitsluitend in BTTB ontwikkelt, met één en dezelfde film, één en dezelfde camera, voor al zijn werk. Maar mijn werk is niet zijn werk en dus zullen natuurlijk pas mijn eigen praktijktests uitwijzen in hoeverre bijvoorbeeld BTTB geschikt is voor mijn werk. Vandaar mijn interesse in een bredere uitwisseling van ervaringen ter voorbereiding op dergelijke praktijktests. ... temeer daar er hier op het forum tot nu toe geen dergelijke thread over dit onderwerp lijkt te bestaan.
Met vriendelijke groeten
Nils
Renate
Wat is BTTB ???
€
Met vriendelijke groeten
€
Renate
AntiLynd
Hallo Renate,
?
sorry, dat is gewoon de afkorting voor Barry Thorntons Two Bath -- net als bij Stückler of Ansel’s Zweibad gaat het uiteindelijk om een variatie op het oude thema van de gesplitste D23. Hier is het recept, zoals Parker Smith het heeft overgeleverd:
?
Bad A
85 g natriumsulfiet
6,5 g metol
Aangevuld tot 1 l met water
?
Bad B
15 g natriummetaboraat (Kodalk)
Aanvullen tot 1 l met water
[Thornton stelt voor om, indien gewenst, het contrast te regelen via de hoeveelheid alkali, bijv. 7 g voor minder, 20 g voor meer negatiefcontrast.]
?
http://www.parkersmithphoto.com/clientftp/docs/Barry%20Thornton%20Two%20Bath%20developer.pdf
en ergens op barrythornton.com, en in zijn boeken.
?
Hier zijn twee artikelen over Divided D23 en zijn varianten:
http://unblinkingeye.com/Articles/DD-23/dd-23.html
KlausWehner
Ik heb me intensief verdiept in het onderwerp ‘ontwikkelaars voor woningen met twee badkamers’
?
Mijn vraag aan jou, Nils: wat verwacht je precies van deze ontwikkelaars (zodat je andere ontwikkelaars niet in overweging neemt)?
?
Met vriendelijke groeten
Klaus
AntiLynd
Hallo Klaus,
?
Andere ontwikkelaars niet in overweging nemen? Dat klopt niet helemaal. In mijn geval is het zo dat ik, net als de meesten van ons, in de loop der jaren met diverse (éénbad)ontwikkelaars heb gewerkt en me vervolgens op een gegeven moment, zoals het hoort, op één ontwikkelaar (één film, enz.) heb vastgelegd – bij kleinbeeld.
?
Voor het middenformaat is het tot nu toe anders; daar heb ik nog geen vaste routine, maar schakel ik net over van kleurendia's van derden naar zelfontwikkeling van zwart-wit. Hier zit ik als het ware in de fase van bestuderen, die bedoeld is als voorbereiding op het uitproberen. Een overdracht van mijn huidige 35mm-werkwijze naar het middenformaat is zonder meer denkbaar. Of dat zinvol is, is een andere vraag; ik had immers al aangegeven dat ik, zoals men zich kan voorstellen, het kleinformaat gebruik voor “sneller”, dynamischer fotograferen, maar dat het middenformaat voor mij steeds meer een rol speelt, waar ik eerder “statisch” werk en me daarom een zorgvuldiger afmeten van de motieven kan veroorloven... en voor het ontwikkelingsgedeelte van het proces onderzoek ik momenteel mogelijke opties. Daarbij sluit ik éénbadontwikkelaars niet uit. Ik overweeg ook tweebadontwikkelaars, en daarom ben ik op zoek naar uitwisseling. En aangezien er hier op het forum nog niet veel over te vinden is, kwam het bij me op om een thread als deze op te zetten als (idealiter) kennisbron, niet alleen voor mijzelf, maar ook voor anderen die hier in de toekomst interesse in hebben.
?
Waar je ongetwijfeld onder andere op doelt, is de vraag: wat bereikt het genre van de tweebadontwikkelaars dat niet ook met de een of andere eenbadontwikkelaar kan worden bereikt? Daarop zijn er, zoals gewoonlijk, verschillende antwoorden mogelijk, en natuurlijk zijn er bepaalde mensen die een zeer gepassioneerde liefdes- of juist afkeerrelatie hebben met de tweebad. Ook over de tweebadontwikkeling kunnen fotoforumleden lange geloofsoorlogen voeren, geen twijfel mogelijk. Ik bekijk het eerder pragmatisch: "whatever works". En op basis van mijn huidige kennis en de uitwisseling met – toch wel: één – in deze materie zeer ervaren professional is mijn gedachte ongeveer:
?
Wat het resultaat betreft, kan men hetzelfde ook met andere middelen bereiken (vele wegen leiden...). En het lijdt geen twijfel dat de tweebad niet geschikt is voor elk gewenst soort resultaat. Ook is het zaak voorzichtig te zijn met productbeloften als "ontwikkelaar met ingebouwde [!] contrastcompensatie", alsof wat de gebruiker doet bij de belichting en ontwikkeling geen grote rol meer speelt. Waar ik het potentieel van de tweebad-methode zie (onder voorbehoud van concrete tests), is in het proces dat tot het resultaat leidt: het is voor mij, als redelijk ervaren gebruiker, een zeer eenvoudig te hanteren hulpmiddel om voldoende schaduwdetail te garanderen en tegelijkertijd de hoge lichten te sparen, op een manier die onmisbaar is voor de onderwerpen en lichtsituaties waarmee ik me het liefst bezighoud. Ik was eergisteren op pad, hier in Berlijn, bij een heel licht bewolkte zon, en heb, tegen mijn gewoonte in, aantekeningen gemaakt bij elk van mijn 12 opnames: geen motiefcontrast onder de zeven stops; deels tot wel negen. Kasseien in de schaduw van een huis: „Zone“ III, de spierwitte gevel ervan: „Zone“ XI enz. Als iemand die geen wisselmagazijnen of vlakfilms gebruikt (laat staan wil gebruiken) voor individueel aangepaste ontwikkeling, kom je dan toch vrij snel uit bij het dubbele bad als een mogelijke optie in de gereedschapskist, vind je niet?
?
Groeten
Nils
KlausWehner
Het verschil tussen kleinbeeld- en middenformaatfotografie is niet zo groot, aangezien er in principe andere ontwikkelaars nodig zouden zijn.
Het lijkt mij verstandig om voorlopig gewoon door te gaan met de beproefde ontwikkelaar.
?
Als er dan om een concrete reden aanleiding ontstaat om op zoek te gaan naar een andere ontwikkelaar met andere eigenschappen, dan zou je moeten overwegen welke ontwikkelaar aan de nieuwe eisen kan voldoen.
?
Om een motief met een hoog contrast ontwikkeltechnisch te kunnen verwerken, zou een ZB-ontwikkelaar zeker een goede optie zijn (als alternatief zou een standontwikkeling overwogen kunnen worden).
?
Voor motieven met een normaal contrast zou ik persoonlijk echter eerder andere ontwikkelaars dan ZB-ontwikkelaars (volgens de genoemde receptuur) verkiezen.
?
Hartelijke groeten
Klaus
jochen53
Hallo Nils,
Ik ontwikkel alle films in D-76 met twee baden. De nominale gevoeligheid wordt bereikt, de schaduwweergave is goed, de zwarting in de lichte delen is beperkt maar toch gedifferentieerd (wolken tegen een blauwe lucht zijn ook zonder filter zichtbaar). Het contrast is normaal, bijna alle negatieven kunnen tot dezelfde gradatie worden vergroot. De houdbaarheid en bruikbaarheid zijn zeer goed. Zelfs bij sterke overbelichting zijn de negatieven nog bruikbaar. De ontwikkelaar is ongevoelig voor kleine temperatuurschommelingen en niet exact aangehouden tijden. Overontwikkeling is vanwege het werkingsprincipe praktisch onmogelijk.
€
Met vriendelijke groeten, Jochen
TR
>> Kasseien in de schaduw van een huis: „Zone“ III, de spierwitte gevel ervan: „Zone“ XI
€
Bij dit soort negatieven vind ik een tweebadontwikkeling zeker zinvol en beter dan een puur gereduceerde ontwikkeling. Probleem: als er op de film ook motieven met een klein contrastbereik staan, of zelfs foto’s in de mist, krijg je daar alleen maar „brij“ van. Voor bewerking op de computer is dit waarschijnlijk gemakkelijk te corrigeren, maar in het zwart-witlaboratorium wordt het dan krap (graad 5 nog te zacht).
€
Een contrastbereik van 9 stops krijg je ook met een „normale“ ontwikkelaar. Bij het kopiëren (vergroten / scannen) moeten dan echter bepaalde "kunstgrepen" worden toegepast, wat bij een tweebadontwikkeling zeker niet nodig zou zijn. Ik zou een dergelijke ontwikkeling alleen gebruiken als ik bijvoorbeeld een hele film uitsluitend zou belichten met juist die sterk contrastrijke motieven (bijv. nachtopnames met straatlantaarns).
AntiLynd
Bedankt jullie drieën voor de input. Je kunt het (zoals jullie in principe allemaal aangeven) niet vaak genoeg benadrukken: of deze techniek voor jou geschikt is, hangt uiteindelijk af van je eigen werkwijze en de gewenste esthetiek. In mijn geval (waar het hier echter slechts terloops om gaat) is het bijvoorbeeld zo dat ik een rol MF-film meestal in één keer belicht, dus onder vrij constante lichtomstandigheden. Het te verwachten probleem dat ondanks (of juist vanwege!) de grote contrastcompensatie de normale contrastbereiken van het motief te vlak overkomen, zou dan verholpen zijn.
?
Bij andere mensen kan dat anders zijn. Wie streeft naar een stijl in de zin van bijvoorbeeld Daido Moriyama, zal waarschijnlijk nauwelijks worden aangeraden om een dubbele badbehandeling te gebruiken. En, omgekeerd, trouwens:
?
Mistfoto's
?
Op de productpagina van de Moersch MZB staat een
foto
waarvan ik denk: deze fotograaf heeft hier zeker het gewenste resultaat bereikt, en daarmee zijn de gebruikte middelen al volledig gerechtvaardigd. Deze aanpak – enerzijds een speciale compensatieontwikkelaar gebruiken, maar vervolgens het contrast buiten de reeks om weer verhogen door een langere badtijd – was zeker niet
nodig
geweest.
?
Hier heb ik nog een korte, beginnersvriendelijke inleiding over dit onderwerp gevonden:
http://www.fotolaborinfo.de/fotolabor/fsazwbe.htm
...m.E. Je moet misschien wel een beetje aftrekken van de ietwat uitbundige passie van de auteur. Categorie „wondermiddel“ :)
grommi
Tweebadontwikkelaars zijn naar mijn ervaring niet per se eenvoudiger in het gebruik. Diverse tweebadontwikkelaars, zoals bijvoorbeeld Emofin, ontwikkelen al aanzienlijk in het eerste bad, maar dat gebeurt uiterst zacht. Daarom was (of is voor mij) Emofin de allereerste keuze voor push-ontwikkelingen van zeer gevoelige films tot 3200 en hoger, omdat je door de tijd in het eerste bad de ontwikkeling duidelijk kunt "aanpassen" zonder dat de negatieven snel te hard worden; ik ken niets beters. Helaas wordt het niet meer geproduceerd, maar ik heb nog poeder voor een paar liter. Welke huidige 2-badontwikkelaar dit net zo goed kan, weet ik niet.
Misschien ben je voor jouw doeleinden echter beter af met een "normale" ontwikkelaar. Maar al dat gepraat helpt nauwelijks, dat moet je zelf uitproberen. Daar ben ik het met Klaus eens, dat kun je doen met in stukjes gesneden KB en hoef je niet een aantal 120's te verspillen.
jochen53
€
<blockquote class="ipsBlockquote">
Hier heb ik nog een korte, beginnersvriendelijke inleiding over dit onderwerp gevonden:
http://www.fotolaborinfo.de/fotolabor/fsazwbe.htm
...m.E. Je moet misschien wel een beetje afzien van de ietwat overdreven passie van de auteur. Categorie „wondermiddel“ :)
</blockquote>
Hallo,
een opmerking over het recept voor D-76 2-bad in het bovengenoemde artikel: de hoeveelheid van 50 g borax per liter lijkt me te hoog; in het recept uit Fototechnik International dat ik heb, is het slechts 30 g. Waarschijnlijk zou 50 g niet helemaal oplossen.
2-badontwikkelaars zijn overigens geen compensatieontwikkelaars die de gradatiecurve in het algemeen vlakker maken; ze beperken door hun mechanisme alleen de maximaal bereikbare dichtheid. Het zijn ook geen zachte ontwikkelaars.
Groeten, Jochen
AntiLynd
Zoals zo vaak: waarschijnlijk gebruikt (en verspreidt) iedereen gewoon het recept dat voor hem of haar goed heeft gewerkt. Bij Anchell/Troop staat:
[BIJLAGE NIET GEVONDEN]
grommi
"Tweebadontwikkelaars zijn overigens geen compensatieontwikkelaars die de gradatiecurve in zijn geheel afvlakken; ze beperken door hun werkingsmechanisme alleen de maximaal haalbare dichtheid. Het zijn ook geen zachte ontwikkelaars."
Zoals reeds opgemerkt, geldt dit niet voor alle 2-badontwikkelaars. Het eerste bad van Emofin is bijvoorbeeld een extreem zachte ontwikkelaar, net als dat van een zelfgemaakte 2-badontwikkelaar op basis van fenidon en vitamine C. Beide ontwikkelen al heel zacht zonder extra alkali, dat zich immers in het tweede bad bevindt en de ontwikkelaar extra of überhaupt activeert. Iedereen kan dit eens controleren met een stukje film bij helder licht in het eerste bad van zijn 2-bad-ontwikkelaar, om te zien of er zich langzaam een dichtheid in het eerste bad opbouwt. Deze 2-bad-ontwikkelaars zijn heel goed te regelen via tijd en temperatuur.
Bonderer
Waarom zou je het jezelf gemakkelijk maken als het ook ingewikkeld kan?
Bij het gebruik van Emofin merkte ik geen verbetering in mijn negatieven/afdrukken. Misschien komt het door mijn manier van fotograferen, dat kan ik niet zeggen. Maar er zijn inmiddels zulke goede ontwikkelaars te koop dat ik me alleen maar afvraag waarom niemand er vroeger op is gekomen om zoiets te brouwen.
Van de overgebleven grote fabrikanten kun je daar niets verwachten. Het zijn de kleine fabrikanten die met hart en ziel aan nieuwe recepten sleutelen.
Ik zou hooguit nog iets vertrouwen in de tweebadontwikkelaar van Moersch hebben, die weet wat hij doet, maar voor mij is dat allemaal te veel hocus-pocus.
Ik geef de voorkeur aan eenvoudigere methoden, maar ieder zijn eigen voorkeur. Wie denkt dat hij een tweebad nodig heeft, moet dat doen. Of het iets oplevert, is een andere kwestie.
AntiLynd
Verbetering van mijn negatieven
?
goede ontwikkelaars
?
Misschien ligt hier ook een reden voor je teleurstelling... de verwachting dat er überhaupt zoiets bestaat als goede en slechte ontwikkelaars, en dat deze de hoofdverantwoordelijkheid zouden kunnen dragen voor de verbetering van je negatieven -- zonder enige verwijzing naar de persoonlijke werkwijze en het beoogde beeldresultaat.
?
Metol 7,5 g
Natriumsulfiet 100 g
Water tot 1 liter
?
...is voor mij een goede ontwikkelaar. Heet D-23.
jochen53
Hallo,
?
?
.......is voor mij een goede ontwikkelaar. Heet D-23.€ ...en is ook zeer geschikt als eerste bad voor een ontwikkelaar met twee baden, gevolgd door een alkalisch bad als tweede bad (zie A. Adams).
KlausWehner
Persoonlijk maak ik onderscheid tussen "echte" en "onechte" tweebadontwikkelaars.
?
Onder "onechte" tweebadontwikkelaars versta ik formules waarbij de belangrijkste ontwikkeling al in bad I plaatsvindt.
Bad II verandert de voltooide ontwikkeling dan nog enigszins.
(Bijna) alle bekende ZB-ontwikkelaars werken volgens dit principe.
Als men bad II achterwege laat en in bad I gewoon langer ontwikkelt, krijgt men een vergelijkbaar resultaat als wanneer men bad I en II volgens de voorschriften zou toepassen.
?
"Echte" tweebadontwikkelaars werken anders.
Hier is bad I een puur "fysische" fase. Er vindt geen chemische reactie plaats.
Alleen het puur fysische proces waarbij de ontwikkelaar in de emulsie dringt, vindt plaats in bad I.
Daarom is de tijd in bad I niet van belang.
?
Zodra de film in bad II wordt gebracht, begint de ontwikkeling.
Er kan alleen worden ontwikkeld met de ontwikkelingsstoffen die de film in zijn emulsie in bad I heeft opgenomen.
Als deze "opgebruikt" zijn, stopt de ontwikkeling automatisch (eerst in de hoge lichten – pas later in de schaduwen).
Ook hier is de tijd in bad II om deze reden niet van belang.
?
Oorspronkelijk wilde ik mijn "Wehner-ontwikkelaar" volgens dit werkingsprincipe ontwerpen.
De moeilijkheid was echter om in bad I een ontwikkelingsconcentratie te vinden die voor alle films de juiste hoeveelheid ontwikkelaar beschikbaar stelt, zodat in bad II een passende ontwikkeling kan plaatsvinden.
?
Maar ik heb het idee nog niet helemaal opgegeven.
Misschien vind ik nog een oplossing voor dit probleem.
?
Hartelijke groeten
Klaus
?