Gast
Heeft iemand van jullie de nieuwe Moersch-negatievenontwikkelaar al eens uitgeprobeerd?
Hoe zijn de ervaringen, met name natuurlijk niet met T-Kristall-films, maar met Trix of Effke? En wat is in hemelsnaam een vlekvormende ontwikkelaar, of waar is die goed voor???
Groeten
Martin
Gast
Hallo!
Ik heb de Tanol nog niet geprobeerd, maar wel Pyrocat HD – ook wel een 'staining (of 'tanning') developer' genoemd; in het Nederlands worden de 'looiende ontwikkelaars' genoemd, dat zijn ontwikkelaars op basis van pyrogallol of pyrocatechine met een laag natriumsulfietgehalte; kenmerkend hiervoor is dat een deel van de negatiefdichtheid wordt bereikt door de 'stain', dus een kleuring van de filmgelatinelaag – afhankelijk van de ontwikkelaar kan dit variëren van groenachtig tot bruinachtig. Resultaat: minder korrel in de lichten, zeer hoge scherpte, betere/vloeiendere weergave van lichte middentonen en lichten (goed bij mistopnames of dergelijke), en bij de ontwikkelaars die eerder groenachtig kleuren, lagere contrasten in de lichten met multigradepapier (waardoor een zeer goede contrastbalans ontstaat); sommige van deze ontwikkelaars worden gebruikt door grootformaatfotografen die zowel contactafdrukken op 'normaal' zilvergelatinepapier als platina-afdrukken (of andere alternatieve processen die zeer contrastrijke negatieven vereisen) willen maken.
De bekendste 'staining developers' op basis van pyrogallol zijn PMK (Pyrogallol-Metol-Kodalk), ABC Pyro en Rollo Pyro; op basis van Brenzkatechin werken de Windisch-ontwikkelaars, DiXactol en juist PyrocatHD; wat Moersch Tanol precies bevat, zou ik ook graag willen weten....
Overigens: ik heb de PyrocatHD getest in vergelijking met RODINAL en een zelfgemaakt recept voor een Metol-2-badontwikkelaar van Barry Thornton – de Pyrocat HD is weliswaar behoorlijk scherp (wat betreft randscherpte en resolutie), maar de andere twee nog iets meer; waar de Pyrocat HD uitblinkt, is de zeer vloeiende weergave van de lichten, ik denk dat Tanol zich waarschijnlijk op dezelfde manier zal gedragen....
Gast
fotohuisrovo
We hebben zojuist een FP4+ op ISO 80 ontwikkeld: deze gaat naar Moersch Tanol. Ook wij zijn erg benieuwd naar het resultaat. :D
We laten nog wel iets van ons horen.
Met vriendelijke groeten,
Fotohuis RoVo
Robert Vonk
Gast
:D
De eerste FP4+ (rolfilm) op ISO 80 is door Tanol gegaan. Geweldig resultaat. (5+5+500 ml bij 22 graden, 13:30 min.)
Het ziet er allemaal heel goed uit, misschien was ISO 64 nog beter geweest, maar ik moet alles aan het einde van deze week nog precies meten (densitometer), want morgen is er weer een huwelijksreportage.
Ik heb nog een film FP4+ ; ISO 64 gemaakt bij de Bergischer Fotoverein (Wuppertal). Dat wordt dan de tweede poging.
Met vriendelijke groeten,
Robert
WolfgangMoersch
Hallo Robert,
Een van de testers haalt bij Kodak- en Ilford-films de nominale gevoeligheid. Aangezien onze waarden bij andere ontwikkelaars al jaren vrijwel identiek zijn, moest ik dit eens grondig onderzoeken. Uiteindelijk bleek dat de verschillen te wijten zijn aan het aanmaakwater. Dat klinkt in eerste instantie misschien niet erg logisch, maar het leidingwater verschilt zowel qua "zoutgehalte" als qua pH-waarde. Bij deze hoge verdunning van 1+50 speelt de waterkwaliteit een aanzienlijke rol; alleen al het verschil in pH-waarde bij identieke oplossingen bedroeg 0,30 en dat moet wel effect hebben. Bij mij zorgt het gebruik van gedemineraliseerd water voor aanzienlijk meer gevoeligheid dan in de tabel aangegeven. Misschien kun je dat bij gelegenheid eens controleren? Ik zou heel graag willen weten welke waarden je met Ravensteiner-water krijgt.
Groeten
fotohuisrovo
Hallo Wolfgang,
Ja, dat zou kunnen kloppen, omdat de werking van de buffer enigszins kan verschuiven. Wij krijgen hier van W.O.B. (Waterleidingbedrijf Oost-Brabant) water uit de grond, maar niet zoals bijvoorbeeld in Rotterdam, waar het deels uit de Rijn en/of de Maas komt (Sparwasser).
Dat betekent hard water: D.H. (Duitse hardheid) schommelt rond de 13-14 en er zitten dus veel carbonaten in het water. De pH kan hierdoor zeker veranderen.
Ik ga de tests op de iso 80 nog eens herhalen, maar dan met demiwater in de Tanol. Verder precies dezelfde omstandigheden. (Ik heb het in de TAS van Heiland gedaan).
Vanavond gaat de tweede FP4+ verder, uitgevoerd op de iso 64 in de Tanol met leidingwater uit Ravenstein. We houden je dus op de hoogte. Zit er genoeg EDTA in de Tanol om de metaalionen op te vangen?
Hartelijke groeten uit Nederland,
Fotohuis RoVo
Robert Vonk
PS. Moet ik trouwens nog ergens hier een vakantiehuisje voor je reserveren? Je vrouw heeft daar verder geen contact meer over opgenomen. :D
fotohuisrovo
Ja, de resultaten zijn nu veel beter en reproduceerbaar. Het is een kritiek punt dat de buffer verschuift. We hebben nu gewoon demi-water gebruikt voor de bereiding.
Met vriendelijke groeten,
Robert
MKL
Hallo,
Volgens de beschrijving zou de Tanol-ontwikkelaar de emulsie groen of geel moeten kleuren. Bij papier met variabel contrast zorgt deze kleuring in de hoge lichten ervoor dat de gradaties afvlakken. Het heeft echter ook effect op papier met een vaste gradatie, dat zoals bekend ongevoelig is voor groen. Bij papier met een vaste gradatie is er een uitgesproken randeffect. In de praktijk betekent dit totaal verschillende resultaten bij het afdrukken!
Of het nu een voordeel is dat de hoge lichten bij papier met variabel contrast worden vervaagd en niet zoals gewoonlijk briljant uitkomen, daar kunnen de meningen zeker over verdeeld zijn! Ik ontwikkel mijn films liever aangepast en vermijd zo overbelichte hoge lichten – ik ben niet zo'n fan van vloeiende hoge lichten.
De bekende Pyro Staining-ontwikkelaar werd oorspronkelijk eerder voor het tegenovergestelde gebruikt, namelijk om een opgebouwde gradatie in de lichten of een uitgesproken randeffect bij het afdrukken op papier met een vaste gradatie te verkrijgen!
Met vriendelijke groeten
Michael
aXL
Hoi, Michael.
Bedankt! :)
Eindelijk iemand die concrete en nuttige informatie kan geven over pyro!
Ik zal je even kort uitleggen wat ik wil doen en wat ik verwacht – misschien kun je me wat gedetailleerder vertellen of ik hier mijn tijd in moet steken:
Twee onderwerpen: naakt en landschap. Het eerste in de studio met flitsapparatuur, het laatste natuurlijk niet. ;)
Film: efke 13x18 100 ASA en 9x12 100 ASA
Ontwikkeling: tot nu toe handmatig in een vlakfilmbak.
Vergroter: condensorapparaten met Ilford-filterfolies
Papier: Maco Expo G en Expo RF (vast gegradueerd, eigenlijk efke), zal waarschijnlijk binnenkort plaatsmaken voor Classic of Kentmere.
Mijn vragen:
Allereerst het papier: tot nu toe gebruik ik vast gegradueerd barietpapier en PE-papier met variabel contrast. Ik had de effecten van de verkleuring van het negatief zo begrepen dat ik via het MG-filter de hoge lichten (filter 0) en de schaduwen (filter 5) selectief kan nabelichten. Volgens het werkingsprincipe: blauw licht (5) wordt geblokkeerd door de groene gebieden in het negatief en werkt bijna alleen op de schaduwen in de afdruk. De hoge lichten in de afdruk reageren sowieso veel sterker op groen licht (0) (vergelijk split-belichting), wat nog wordt versterkt door de verkleuring van het negatief.
Voilà, gericht nabelichten van de hoge lichten of de schaduwen zonder maskers en doordrukken! Of niet? :rolleyes:
Voor de rest zou ik niet weten wat het voordeel is van een afvlakking van de gradatie in de hoge lichten, want bij landschapsfoto's wordt de lucht immers niet zelden met een gradatie van 5 nabelicht om dramatisch licht en scherpte te krijgen. Hoe het effect van een afvlakking van de hoge lichten bij portretten en naakten uitpakt, kan ik me moeilijk voorstellen. B)
En nu kom jij en zeg je dat de gekleurde negatieven zorgen voor scherpere hoge lichten bij papier met een vaste gradatie. Wat denk je, hoe groot worden mijn ogen dan?! :o
Wat betreft de werkwijze: mijn tank is alleen geschikt voor 4x5" en 9x12. Voor mijn favoriete formaat 13x18 heb ik geen geschikte tank. Maar pyro-ontwikkeling in een open bak in volledige duisternis? Ik weet het niet... :huh:
Moet ik echt een CPA-processor kopen, die zoals bekend nog steeds erg duur is? Is de constante rotatie een voordeel voor pyrogallolontwikkeling, heeft het nadelen of maakt het niet uit?
Alvast bedankt!
Axel
MKL
Hallo Axel,
Allereerst moet ik zeggen dat ik nog niet met pyrogallol heb gewerkt – dat vind ik te giftig! Mijn kennis beperkt zich dus tot voorbeelden die ik heb gezien en pure theorie.
Papier met vaste gradatie:
De groene kleuring van de zilverlaag zorgt ervoor dat het licht dat nog door de hoge lichten wordt doorgelaten, groen wordt gefilterd en daardoor in de richting van ongevoeligheid wordt verschoven. Hierdoor worden de hoge lichten steiler (briljanter). Bovendien onderscheiden de hoge lichten zich door dit effect sterker van de schaduwen en creëren ze een sterker effect aan de randen.
Bij papier met variabel contrast is precies het tegenovergestelde het geval, omdat dit op groen licht reageert met een zachte gradatie.
Je werkwijze met handmatige splitgrade werkt ook zonder staining-ontwikkelaar heel goed. Bij moeilijke motiefcontrasten kun je echter niet om nabelichting of afschaduwing heen. Bij portretten met studioflits is dat normaal gesproken geen probleem, bij landschappen later wel.
Nog even kort over de filters: geel laat groen en rood door, waarbij alleen groen interessant is voor MG-papier.
Magenta laat rood en blauw door, waarbij hier alleen blauw telt. Hieruit vloeit nu het effect van de groene zilverlaag voort. In de schaduwen, die in belangrijke mate worden beïnvloed door hoge gradaties (blauw licht of magenta-filter), gebeurt er niets, maar bij de lichten, die door lage gradaties sneller zwart worden, lijdt de differentiatie eronder.
Voor naaktfotografie zou ik een film met een steile lichtgevoeligheid (25-50 ASA) nemen om de gematigde contrasten van bijvoorbeeld een SoBo op te splitsen. Bij landschapsfotografie moet je het motiefcontrast meten en de belichting en ontwikkeling daarop aanpassen – zeker bij grootformaat.
Met vriendelijke groeten
Michael
Gast
Maar hallo,
hier lijkt sprake te zijn van een misverstand?!
Natuurlijk wordt de curve steiler bij PMK, Pyrocat HD, Dixactol en Tanol. Duizenden PMK-gebruikers moeten wel gek zijn als ze vage hoge lichten accepteren.
Natuurlijk kun je met elke ontwikkelaar aangepast ontwikkelen om "overbelichte lichten" te vermijden.
En natuurlijk kun je erover discussiëren of "stainende" ontwikkelaars überhaupt voordelen bieden.
Allereerst moet duidelijk zijn dat deze ontwikkelaars de emulsie niet (gelijkmatig) aanbrengen, maar dat er een kleurstof ontstaat die evenredig is aan de zilverdichtheid, waardoor de curve steiler wordt. Zwart-wit-sensometers kunnen deze neven-dichtheid niet meten, waardoor het contrastbereik gemiddeld ca. 0,25 logD hoger is dan de meting.
Waar liggen de voordelen?
Alle ontwikkelaars van dit type zorgen voor een hoge randscherpte – als je ze hun gang laat gaan. Een hoge agitatie, zoals bij de rotatie, heeft een negatief effect op de scherpte-indruk.
Alle ontwikkelaars van dit type hebben een laag sulfietgehalte, wat goed is voor een scherp afgebakende korrel, net als bij andere magere sulfietontwikkelaars (RODINAL). Een scherpe korrel is niet altijd gewenst, vooral bij de hogere dichtheden kan dat al bij N-ontwikkeling onaangenaam worden, laat staan bij het zo populaire pushen. Aangezien de zilver- en kleurstofdichtheid bij elkaar opgeteld worden en de vlek niet als een koninklijk lichaam aanwezig is, hebben deze ontwikkelaars dus het voordeel dat ze ondanks de hoge scherpte een vrij onopvallende koninklijkheid produceren.
De negatiefkleur is bij de pyrogallolontwikkelaar groenachtig en duidelijk opvallender dan bij pyrocatechol, dat meer in de bruine richting gaat. Base&Fog zijn bij pyrogallol hoger, geen groot nadeel, want er wordt doorgelicht.
Nu over naar tanol. Als men het negatief in de projectie meet, bijvoorbeeld met de Heiland, en er wordt gradatie 3 weergegeven, dan zit men met gradatie 2 goed.
Als de film/ontwikkelaar-combinatie ook maar enigszins exact is ingesteld, beweegt men zich bij licht verschillende opnamecontrasten op een rolfilm tussen de gradaties 1,5 tot 3,5.
Als het ene of het andere negatief op een film te steil is geworden door "onjuiste ontwikkeling", betekent dit niet dat de lichten "dicht" zijn en niet op papier kunnen worden overgebracht.
Als bij conventionele ontwikkeling de lichtdichtheden te hoog zijn, worden gedeeltelijke ingrepen vaak moeilijk.
Als bijvoorbeeld een te donkere lucht moet worden overbelicht, gaan fijne (in het negatief nog waarneembare) nuances verloren. Vage, ongedifferentieerde grijstinten zijn, als dat al mogelijk is, alleen te vermijden bij extra harde filtering. Bij gelijke dichtheden van stain en zilver is dit aanzienlijk eenvoudiger omdat de structuur opener is.
Een randeffect is zeker niet in alle gevallen positief. Een te sterk geaccentueerde rand kan bij 24x30 de scherpte-indruk vergroten, bij 50x60 kan deze al onaangenaam opvallen.
Bij ongeveer gelijke papierkwaliteit maakt het voor het randeffect vrijwel niet uit of het onderaan op een vaste of een variabele gradatie stuit.
Tot zover de woorden van vandaag ....
Opdat alle onduidelijkheden zijn weggenomen.
WolfgangMoersch
Sorry voor de anonieme gast, ik was niet ingelogd.
Wolfgang Moersch
WolfgangMoersch
Zit er genoeg EDTA in de Tanol om de metaalionen te binden?
Hallo Robert,
Moeilijk te zeggen. Strikt genomen bestaat de ontwikkelaar voor een kwart uit complexvormers, veel meer past er niet in. Hoe zou dat ook moeten bij 20 ml concentraat op 1000 ml water, er moet immers ook ruimte zijn voor de ontwikkelaar en het alkali <_<
MKL
Hallo meneer Moersch,
Ik kan uw opmerking niet helemaal volgen. Bij PMK heeft Barry Thornton bijvoorbeeld precies dit effect van afvlakking van de gradaties waargenomen. De PMK-gebruikers zijn zeker niet gek, maar gebruiken papier met een vaste gradatie!
Zoals u al schreef, wordt de eigenlijk grove korrel door de proportionele toevoeging van de emulsie als het ware verzacht en komt deze niet meer zo sterk naar voren. Vanuit het negatief gezien is het effect dus de spreiding van de negatiefdichtheden. Toch blijft de filtering van de belichting door het aanbrengen van de emulsie in de richting van geel of groen, en dat veroorzaakt nu weer een afvlakking van de gradatie bij MG-papier, waardoor het op zich gewenste effect teniet wordt gedaan.
Kunt u mij uitleggen waarom de meting met Splitgrade niet werkt? Ik was altijd van mening dat dichtheid dichtheid is.
Heeft u dit al eens geprobeerd? Vastgegradeerd papier graad 2 en MG-papier graad 2 naast elkaar gelegd?
Met vriendelijke groeten
Michael
Gast
De meting met de Splitgarde werkt minder goed omdat het door de vlek veroorzaakte groene/gele/bruine licht voor de sensor mogelijk niet zo’n grote dichtheid heeft als voor het papier. Hier treden kleine verschuivingen op. Voor een degelijke werkkopie is het echter ruim voldoende, in ieder geval bij de ontwikkelaars van BT, en wie deze (of Tanol, PMK enz.) gebruikt, zal in de meeste gevallen toch nog bijstellen.