Informatie over het rendement is te vinden in het gegevensblad (trefwoord "benutbaarheid"). Het gegevensblad is te vinden op
http://www.calbe-fotochemie.com/prod/pdf/R09.pdf
Ook op mijn navraag bij Calbe werd deze informatie niet nader toegelicht.
Onder verlengingsfactoren worden de ontwikkeltijden voor verschillende verdunningen vermeld. Als men de genoemde waarden in een grafiek uitzet (X-as verdunning, Y-as verlengingsfactor), krijgt men voor de verdunningen 1+25 en 1+50 door interpolatie de bijbehorende verlengingsfactoren. Dit levert bijvoorbeeld voor 1+50 de factor 1,25 op en voor de verdunning 1+25 de factor 0,63. Dat betekent dat men nu de aldus verkregen ontwikkeltijd kan vergelijken met de Agfa-gegevens voor RODINAL (waarbij rekening moet worden gehouden met een eventueel afwijkende gevoeligheid).
Bij Ilford Delta 400 komen de gevoeligheden bij beide fabrikanten overeen en de ontwikkeltijden voor de verdunningen 1+25 en 1+50 ook. Ook uit de literatuur is bekend dat het fotografische resultaat niet te onderscheiden is. Nu kan iedereen zijn eigen conclusies trekken.
Bij mijn, toegegeven, niet erg wetenschappelijke tests met de APX100 heb ik ook geen verschillen tussen beide ontwikkelaars kunnen vaststellen. Ik heb 10 ml concentraat per film gebruikt. Besparen op het concentraat loont naar mijn mening echt niet. Het risico op niet-reproduceerbare resultaten staat in geen verhouding tot de extra kosten van het concentraat. Bovendien is het erg praktisch om in een Jobo 1520 altijd één film te ontwikkelen in de verdunning 1+50, of het nu rolfilm of kleinbeeld is.
Veel succes verder.
Groeten, Otto Beyer!