Dongrappo
Hallo allemaal
O, ik hoop van tevoren dat ik met dit onderwerp geen onrust zaai en bij sommigen onnodige stress en wanhoop veroorzaak met mijn vraag.
Dus alleen iets voor de onverschrokkenen! ;-)
Ik heb de afgelopen dagen mijn vergroters in gebruik genomen en er eens negatieven in gelegd.
Daarna heb ik nog een leeg stukje film gepakt en met een cuttermes een raster in de filmlaag gekerfd.
Daarbij viel me op dat bij alle apparaten, min of meer, bij een open diafragma van 2,8 of 3,5 (Liesegang), zijdelings en/of in de diepte het scherpstelvlak niet 100% klopt.
Bij de oude Liesegang-beeldtafel voor KB AN met glas boven is met het blote oog zijdelings een scherpteverstelling in het focusvlak te zien. Er valt niets aan het apparaat in te stellen en het is allemaal zeer stevig en stabiel gebouwd, maar blijkbaar iets scheef.
Bij de twee Krokussen 69s met volledig glazen beeldtafel is er slechts heel, heel weinig speling in het dieptevlak. Bij de ene iets meer dan bij de andere.
Ook de Kaiser VC 60 boekbeeldtafel met glas aan de onderkant vertoont zijdelings een minimaal ander scherptevlak, dat ik heb kunnen verbeteren door hem in de zijdelingse as minimaal vanaf de aanslag voor de verticale projectie te "draaien" en vervolgens vast te zetten. (Maar het zou ook aan de bovenkant open negatieve tafel kunnen liggen, denk ik.)
De Krokus en de Kaiser waren en zijn in een zeer, zeer goede staat, zijn zorgvuldig behandeld en ik geloof niet dat er mechanisch grote negatieve invloeden op de systemen hebben ingewerkt. Daarom denk ik dat dit de fabricage-/leveringsstaat van de apparaten moet zijn geweest.
Ik heb het geheel met het blote oog onderzocht door bijvoorbeeld scherp te stellen op de voorste rand en vervolgens naar de achterkant te kijken om te zien of die nog meer scherpte heeft, of juist aan de linkerkant zo scherp mogelijk in te stellen en dan naar rechts te kijken of het beter gaat.
Bij de beste Krokus heb ik het gevoel dat de scherpte misschien wel heel lichtjes anders is, of toch niet, of toch wel?!?!…. Bij de andere is het iets duidelijker, maar ook weer heel, heel minimaal, behalve bij de Liesegang, daar is het met het blote oog ook heel duidelijk te zien (helaas!!!).
Nu heb ik hier op het forum gezocht en iets gelezen dat je dit kunt testen met een laserconstructie en spiegels.
Mijn vraag is nu: hoe nauwkeurig pakken jullie dit aan???
Ik bedoel, vroeger, toen mensen al echt geweldige vergrotingen maakten, waren er nog geen laserpointers en werden ook niet alle afdrukken gemaakt op de superstabiele en uiterst nauwkeurig vervaardigde professionele apparaten.
Dus hoe gek moet ik doen?
Hoe nauwkeurig pakken jullie dit aan?
Hoe lossen jullie het probleem op, voor zover het voor jullie een probleem is?
De lijst uitlijnen? Het beeldvlak vijlen?
Het gaat hier deels om de kleinste Nuances, die het oog überhaupt kan onderscheiden, en natuurlijk neemt het probleem bij het afblenden sowieso nog af, maar in hoeverre eigenlijk?
Tja, ik hoop dat ik mijn vraag enigszins begrijpelijk heb kunnen formuleren.
Ik ben erg benieuwd naar antwoorden.
Hartelijke groeten en ik hoop dat ik bij niemand iets aan de orde stel wat voorheen geen issue was en daarmee spanningen veroorzaak.
Nou ja, het onderwerp houdt me bezig, ook al wil ik het wat rustiger opvatten, wat me niet lukt.
Werner
Wolf_XL
… zolang bij het diafragmeren naar het optimale diafragma van de vergrotingslens alle hoeken scherp zijn, zit je goed. Het hangt natuurlijk ook af van het vergrotingsapparaat. Mijn Durst Laborator 1000 staat al jarenlang perfect parallel afgesteld, de Dunco moet ik vaker bijstellen. Dat heeft waarschijnlijk ook te maken met het feit dat je bij de Dunco de kop zijdelings kunt draaien en daardoor een extra mogelijke foutbron hebt. Toen alles op digitaal overschakelde, heb ik dit onderdeel https://www.versalab.com/PARALLEL.html heel goedkoop tweedehands gekocht. Daarmee is het instellen natuurlijk een fluitje van een cent...
KlausWehner
Het is belangrijk dat alle drie de vlakken van de vergrotingsapparatuur zo nauwkeurig mogelijk zijn uitgelijnd.
Dat moet zeker af en toe worden gecontroleerd.
Een methode met een spiegel en een laser is de nauwkeurigste methode – mits men ook nauwkeurig te werk gaat.
Een eenvoudige (niet zo nauwkeurige) methode is het uitlijnen van alle drie de vlakken met een waterpas.
Kleine afwijkingen zijn altijd acceptabel, mits men sterke vergrotingsschalen vermijdt en altijd voldoende diafragmeert.
Maar natuurlijk moet men ervoor zorgen dat de negatieven een goede scherpte hebben.
Daar zie ik vaak de grootste ruimte voor verbetering.
Hartelijke groeten
Klaus
KlausWehner
Het apparaat dat Wolf hier heeft laten zien, maakt een professionele indruk.
De opgegeven toleranties laten zien hoe nauwkeurig je moet werken.
Natuurlijk zou je zoiets ook met een laser en spiegels kunnen improviseren.
Maar de benodigde nauwkeurigheid kun je alleen met veel moeite bereiken.
Eenvoudigere methoden zijn niet zo nauwkeurig.
Daar moet je voor de zekerheid bij het vergroten ver genoeg diafragmeren (bijv. 3 diafragmastappen).
Hartelijke groeten
Klaus