Aangezien we heel veel vragen over rolfilms krijgen, wil ik hier kort wat uitleg geven over dit onderwerp om zoveel mogelijk vragen op een prominente plek te beantwoorden.
Allereerst wil ik benadrukken dat we ons er natuurlijk van bewust zijn dat veel klanten naast een 35mm-camera ook een rolfilmcamera hebben en graag in beide camera’s met hetzelfde materiaal willen fotograferen. Voor sommigen is dat zelfs een reden om helemaal niet over te stappen naar het merk. Daarom doen we er alles aan wat in onze macht ligt om weer rolfilms aan te bieden.
Ik denk dat iedereen het tot hier toe wel heeft kunnen volgen en dat er ook geen vragen zijn. Het wordt nu echter een stuk ingewikkelder bij de vraag waarom dit onderwerp al jarenlang speelt.
Daartoe wil ik eerst verwijzen naar
mijn korte toespraak op de Filmphotofair in Helsinki
, die ik in 2019 heb gehouden.
Het doel daarvan was erop te wijzen dat vrijwel de gehele analoge foto-industrie vandaag de dag nog steeds vertrouwt op productiemiddelen die zijn vervaardigd of aangeschaft in tijden dat de markt ongeveer 1.000 keer groter was.
Daarnaast heb ik aangetoond dat – ondanks dit feit – de prijs voor een zwart-witfilm, gemeten naar de huidige koopkracht, zelfs goedkoper is dan in 1988. Dit komt doordat alle betrokken fabrikanten overcapaciteit hebben en de concurrentiedruk in de hele sector daardoor hoog is.
Om het eens iets anders te zeggen: het huidige prijsniveau voor zwart-witmaterialen is onrealistisch laag en kan alleen zo laag zijn omdat de fabrikanten nog steeds werken met faillissementsberekeningen waarbij de productprijs de volgende componenten niet bevat:
- De productontwikkelingskosten
- De machineontwikkelingskosten
- De opleiding van het personeel (zou eigenlijk bovenaan de kostenlijst moeten staan)
- De implementatie van de processen
- De bouw- en productiekosten voor alle speciale inbouwelementen zoals donkere ruimtes, ventilatie, chemische verwerking, afvalverwerking en nog veel meer.
Momenteel zijn in de prijzen alleen:
- De grondstoffen
- De energiekosten
- De variabele loonkosten op basis van opgeleide medewerkers
- Huur voor bestaande gebouwen
inbegrepen. Dat is natuurlijk een beetje simplistisch.
Hieruit volgt als voordeel de hierboven reeds genoemde zeer lage marktprijs (zelfs goedkoper dan in de tijd dat al deze investeringen werden gedaan) en als nadeel een technisch verouderd, energie-intensief en ook door de medewerkers verouderd personeelsbestand.
Een goed voorbeeld ter ondersteuning van mijn stelling is de kleurenfilm. Hier is door de revival, na decennia van consolidatie van de capaciteiten aan de aanbodzijde, een toename van de vraag ontstaan.
Dat heeft geleid tot stijgende prijzen. Inmiddels is de kleurenfilm veel te sterk gestegen. De prijs is een duidelijke indicator voor de schaarste en heeft op het huidige niveau voor sommige films (bijv. kleurendia's) al niets meer te maken met de realiteit aan de kostenzijde. Toch zal de prijs verder stijgen als er aan de aanbodzijde geen extra capaciteit wordt gecreëerd. Dat dit niet gebeurt – hoewel alle bovengenoemde kosten inmiddels in de prijs zouden zijn verwerkt – komt door de complexiteit van het project.
Op dit punt wordt mij meestal gevraagd:
"Ja
,
wat is er dan zo ingewikkeld?".
Helaas luidt het antwoord (in tegenstelling tot wat de vraagsteller verwacht):
"Alles. Van begin tot eind".
Door de veroudering van de fabrieken, maar vooral door het ontbreken van opleidingsstructuren, kon de productie niet opnieuw worden opgevoerd, zelfs niet bij degenen die over alle benodigde knowhow beschikken.
We nemen nu de rolfilm als voorbeeld.
De nog veel moeilijkere gebieden, de emulsieproductie en het gieten, laten we nu bewust buiten beschouwing.
De rolfilm is echter een goed voorbeeld, want de arbeidsintensieve verpakking (tegenwoordig afwerking) is vaak de beruchte "bottleneck".
Bij Kodak lijkt het andersom te zijn dan bij ons, want hoewel er een tekort aan gouden 35mm-films heerst, wordt er een gouden rolfilm op de markt gebracht. Dat is toe te juichen, laat niemand mij hier verkeerd begrijpen. Je doet waar je capaciteit voor hebt.
Wij doen het niet anders.
Onze rolfilmmachines zijn afkomstig van Konica-Mitsubishi en zijn gebouwd in 1978.
Fotografie was op dat moment uitsluitend analoog en er was een goed functionerende industrie rondom de eigenlijke filmfabrikanten. Men concentreerde zich in een taakverdeling op wat men deed en kon zo efficiënt componenten aanbieden. Filmfabrikanten ontwierpen emulsies en gieten films, en machinefabrikanten leverden filmspoelmachines, gietmachines enz.
Er konden complexe machines technisch worden ontworpen, prototypes worden vervaardigd, serieproducties worden geïmplementeerd en veel machines worden verkocht. De ontwikkelingskosten werden doorberekend en elke machine droeg daar een klein deel aan bij.
Iedereen profiteerde hiervan, vooral de klant, want er ontstond concurrentie tussen de fabrikanten. Als de prijzen voor film stegen, verscheen er een nieuwe concurrent met een voordelig instapaanbod. En die kon dat doen, want hij had alleen financiering nodig en kon de benodigde machines kopen. Binnen zes maanden werden ze geleverd.
Als er vandaag een investeerder zou komen die al het geld van de wereld ter beschikking zou stellen om weer rolfilms te produceren, zou ik dat niet willen aannemen, want ik zou niet in staat zijn een machine te kopen waarvan de prijs, afgemeten aan de productiviteit, zo is vastgesteld dat ik door de machine te exploiteren de investeringskosten zou kunnen terugverdienen.
De ontwikkelingskosten voor een machine waarvan er maar één wordt gebouwd, zijn daarvoor te hoog.
Er blijven twee alternatieven over:
1) Doorgaan met de oude machines (net als alle anderen)
2) De oude machines opnieuw ontwerpen
Optie 1 passen we momenteel toe. De kans dat we de oude Hitachi nog een keer aan de praat krijgen is gemiddeld en de zekerheid dat hij dan ook langer dan drie weken draait, is eveneens gemiddeld.
Optie 2 is al erg kostbaar en leidt helaas vaak tot de situatie dat men achteraf – ondanks aanzienlijke investeringen – nog steeds een machine heeft die noch aan de huidige marktvereisten voldoet, noch de noodzakelijke, hoge mate van automatisering heeft die bij de huidige loonkosten simpelweg onontbeerlijk is om als mens-machine-productiepool economisch te werken.