Rolf-Werner
Ik moest dit weekend even snel een paar afdrukken maken, en daarbij viel me het volgende op:
?
De harde Foma lijkt bij mij snel diepzwart te worden, maar de zachte wordt hooguit antraciet, niet echt zwart, hoe lang je de belichting ook uitvoert. Daardoor ziet de hele foto er eerder grijs-in-grijs uit, en komt het wit ook niet zo mooi uit (het is echter hetzelfde wit als je het ernaast houdt).
?
Dit alles in Eukobrom.
?
Ligt dat aan de Foma, aan de ontwikkelaar of aan mij? :-)
?
Bedankt voor alle tips!
?
Rolf
?
MirkoBoeddecker
Heb je al eens geprobeerd de ontwikkeltijd te verlengen of alleen de belichting aan te passen?
Is het papier vers van ons?
€
Met vriendelijke groeten,
€
Mirko
HenningH
Gaat het om vaste gradatie PE? De S311 leverde bij mij geen normaal zwart op, zelfs niet bij een aanzienlijk langere belichtingstijd. Maar dat is alweer een paar jaar geleden.
Rolf-Werner
Ja, vaste gradatie. Ik heb het iets langer in de ontwikkelaar gelaten, maar dat maakte geen verschil. De belichtingstijd was 55 seconden; langer kon niet, anders zouden de grijstinten te donker zijn geworden. Het is van ongeveer 10 maanden geleden; ik heb er voor het laatst in het voorjaar iets mee gedaan, en toen was het al zo.
€
Het zwart heeft gewoon niet de diepte zoals bij de harde variant. Ik had echter geen tijd voor verdere experimenten, ik moest snel weg. Daarom heb ik het normale papier niet vergeleken.
MirkoBoeddecker
De belichtingstijd was 55 seconden, langer kon niet, anders zouden de grijstinten te donker zijn geworden …
€
Als het om de Dmax gaat, moet je geen foto belichten, maar een stuk papier onder wit licht ontwikkelen. Als het zwart dan dieper is, heb je de verkeerde gradatie. Per definitie worden de grijstinten te donker op zacht papier als er een negatief met normaal contrast is geplaatst – het is immers zacht papier!
€
Het kan zijn dat de Dmax van de zachte gradatie iets lager ligt dan die van de harde. Het papier moet echter >1,9 worden, dus visueel "mooi zwart". €
€
Met vriendelijke groeten, € Mirko
Rolf-Werner
Dat ga ik eens uitproberen, dat klinkt logisch!
TR
Vaak wordt misschien aangenomen dat zacht papier te
slap is of in dit verband geen echt diep zwart kan weergeven. Maar dat klopt niet: er is dan altijd te kort aan belichting om te voorkomen dat de lichte delen te grijs worden. In dit geval werkt men dan simpelweg met de verkeerde gradatie of met te zacht papier.
Voor elk negatief is er in theorie precies
één juiste gradatie of papierhardheid om het volledige contrastbereik ("globaal contrast") precies te dekken met de "hoekstenen" maximaal zwart aan de ene kant en de helderste hooglichten aan de andere kant van een grijswaardenschaal. Deze gradatie / papierhardheid moet men voor elk negatief altijd vinden*:
?
Zelf
ga ik
hierbij eerst uit
van het maximale zwart: laat de belichting zo lang duren dat de schaduwen in het ontwikkelde positieve proefstukje net het maximale zwart hebben bereikt (en dit kan bij zacht papier zeker langer duren!). Daarna bekijk ik bij precies deze belichtingstijd de lichten en kies op basis daarvan (te donker / te licht) de gradatie of de papierhardheid.
?
?
[size=2]*Tenzij men elk negatief afzonderlijk (vlakfilm) ontwikkelt volgens het "zonesysteem".[/size]
HenningH
Maar als je het papier bij daglicht in de ontwikkelaar legt en het is toch grijzer dan zijn "normale" of "hard" gegradueerde tegenhangers, dan klopt er toch iets niet...
piu58
> Deze gradatie / papierhardheid moet je voor elk negatief altijd vinden
?
Dat kun je niet zo algemeen zeggen. Als je met zachter papier werkt dan deze combinatie, heb je ofwel geen echt zwart ofwel geen helder wit. Dat zal in de meeste gevallen een minpunt zijn. Als je echter harder papier gebruikt en de dichtheidsverschillen compenseert door te donker- of lichter te maken, krijg je goede foto's. Deze methode wordt vaak toegepast om het lokale contrast te verhogen.
TR
Uwe, zo doe ik het inderdaad ook: eerst belicht ik over het algemeen harder om het lokale contrast (bijv. boomschors, metselwerk, ...) hoog te houden. Vervolgens belicht ik de hoge lichten (met grad. 00) bij, die anders door de hardere basisbelichting geen detail meer zouden krijgen, voor zover dat natuurlijk mogelijk is.
Mijn opmerking had, dat moet gezegd worden, betrekking op een 1:1-kopie.
Rolf-Werner
Om te beginnen: het klopt, het papier wordt net zo zwart als het andere, dus ik had er onderbelichting voor ondervonden. Bedankt voor de tip!
€
Wat betreft jullie discussie over de juiste hardheid: jullie hadden me aangemoedigd om papier met variabel contrast te gebruiken, en ik ben er inmiddels helemaal weg van :)
€
Ik heb ooit zo'n masker gezien met afzonderlijke lamellen die je onafhankelijk van elkaar kon openen en sluiten. Ik heb er al over nagedacht om zelf zoiets te knutselen. Daarmee zou je het contrast op een proefvel langzaam kunnen opvoeren.
€
Of schatten jullie dat eerst op het oog in (eerder zacht, eerder hard, eerder normaal) en gaan jullie dan uit van ervaring?
piu58
> Meerdere teststroken voor schaduwen, hoge lichten en contrast?
>
> Kom eens naar mijn workshop op het FineArtForum in Paderborn; daar laat ik het zien en laat ik de deelnemers het zelf doen. Ik heb één teststrip nodig voor het contrast en het finetunen van de belichting, een beginner misschien twee.
>
> Deze moeite loont de moeite. Als je redelijk goede afdrukken wilt, en niet meer dan dat, kun je digitaal fotograferen en naar Rossmann gaan. In je eigen lab moet je in ieder geval streven naar een hogere kwaliteit (dat lukt in het begin niet, ik weet het).
TR
Zelf maak ik vaak heel veel proefopnames. Maar ik ben daar ook erg perfectionistisch in:
[BIJLAGE NIET GEVONDEN]
Ik scan mijn negatieven en print voor elk motief een "proefafdruk" af, waarop ik de lichten en schaduwen noteer en een strategie bedenk.
?
Een eenvoudig voorbeeld: een dode boom bij diffuus licht in het landschap op een open veld. De schors komt door het diffuse omgevingslicht niet goed tot zijn recht (er zou bij de opname harder streeplicht nodig zijn). Om deze schors toch "scherp" weer te geven, is er dus een harde gradatie nodig bij het vergroten. Hier zou ik de gradatie eerst schatten (bijv. 4) en proefstroken altijd op dezelfde plek leggen waar ook de donkerste plek aanwezig is (schaduw), want deze mag immers niet "uitlopen".
Maar met grote waarschijnlijkheid zal bij een dergelijke belichting de lucht erboven volledig "uitgebeten" raken (testen met proefstroken). Deze kun je dan eenvoudig nabelichten.
Ook het gras voor de boom zou door de eerdere harde belichting onnatuurlijk en te hard overkomen. Hier breng je dan gewoon wat "zachtheid" aan met grad. 00 of belicht je het ook na, zodat het niet te dominant wordt en het oog zachtjes naar het "scherpe" hoogtepunt van de foto, de boomstronk, wordt geleid.
Ik gebruik voor nabelichting graag gradatie 00, want bij deze zeer zachte gradatie kun je bij het nabelichten ook gerust even over aangrenzende, donkerdere gebieden heen gaan, zodat hier geen grens of rand zichtbaar wordt. Met grad. 00 hoef je namelijk nauwelijks bang te zijn dat de schaduwen hierdoor 'samenlopen'. Grad. 00 heeft in eerste instantie alleen effect in de hoge lichten of lichte gebieden en zeer aarzelend in de donkere gebieden (wat je met het zachte papier al hebt gemerkt).
Rolf-Werner
> Meerdere teststroken voor schaduwen, hoge lichten en contrast?
€
Kom eens naar mijn workshop op het FineArtForum in Paderborn; daar laat ik het zien en laat ik de deelnemers het zelf doen. Ik heb één teststrook nodig voor het contrast en het nauwkeurig afstellen van de belichting, een beginner misschien twee.
Deze moeite loont de moeite. Als je redelijk goede afdrukken wilt, en niet meer dan dat, kun je digitaal fotograferen en naar Rossmann gaan. In je eigen lab moet je in ieder geval streven naar een hogere kwaliteit (dat lukt in het begin niet, ik weet het).
€
Ik was er bijna bij, maar helaas hadden we precies die middag hier een feestje bij ons :)
€
Ja, ja, dat lukt me wel, ik weet al hoe ik dat moet doen, maar ik wilde weten of jullie het ook zo doen, of dat er nog andere manieren zijn om tot een goede foto te komen ;)
Rolf-Werner
€
Zelf maak ik vaak heel veel proefafdrukjes. Maar ik ben daar ook erg perfectionistisch in:
?
?
? :lol:
?
?
<BLOCKQUOTE class="ipsBlockquote">
Ik scan mijn negatieven en print voor elk motief een "proefafdruk" af, waarop ik de lichten en schaduwen noteer en een strategie bedenk.
?
Ik wilde hier ook nog even vragen: gebruik je een scanner met een doorlichtopzetstuk?
?
Ik heb van al mijn vakantiefilms een contactafdruk gemaakt op "Normaal". Dat vind ik heel handig, want dan heb je elke foto zoals in het negatiefhoesje en kun je de foto's doornemen en je herinneren hoe bijvoorbeeld het licht was toen je ze maakte. Bovendien heb je meteen een idee of het eerder zachter of harder moet zijn.
?
?
Een eenvoudig voorbeeld: een dode boom bij diffuus licht in het landschap op een open veld. De schors komt door het diffuse omgevingslicht niet goed tot zijn recht (je zou bij de opname harder streeplicht nodig hebben). Om deze schors toch "scherp" weer te geven, heb je bij het vergroten dus een harde gradatie nodig. Hier zou ik de gradatie eerst schatten (bijv. 4) en proefstukjes altijd op dezelfde plek leggen waar ook een aller donkerste plek aanwezig is (schaduw), want deze mag immers niet "samenlopen".
?
Ah ja, dat klinkt logisch, ik heb ook zulke motieven bij me. Tot nu toe zocht ik echter eerder naar een plek waar lichte EN donkere delen van het beeld samenkomen, en maakte ik dan een strook om uit te vinden waar het lichte nog niet donkerder wordt. Ik vind jouw methode doelgerichter.
?
?
Maar met een dergelijke belichting zal de lucht erboven hoogstwaarschijnlijk volledig "overbelicht" raken (test dit met proefstrepen). Deze kun je dan eenvoudig nabewerken.
?
Tenzij je dat juist zo wilt.
?
?
Ook het gras voor de boom zou door de eerdere harde belichting onnatuurlijk en te hard overkomen. Hier breng je dan gewoon wat "zachtheid" aan met grad. 00 of belicht je het ook na, zodat het niet te dominant wordt en het oog zachtjes naar het "scherpe" hoogtepunt van de foto, de boomstronk, wordt geleid.
Ik gebruik voor nabelichting graag gradatie 00, want bij deze zeer zachte gradatie kun je bij het nabelichten ook best over aangrenzende, donkerdere gebieden heen gaan, zodat hier geen grens of rand zichtbaar wordt. Met grad. 00 hoef je namelijk nauwelijks bang te zijn dat de schaduwen daardoor 'samenlopen'. Grad. 00 heeft in eerste instantie alleen effect in de lichten of lichte gebieden en heel aarzelend in de donkere gebieden (wat je met het zachte papier al hebt gemerkt).
?
Zo wordt het me al duidelijker hoe je dat doet. Maar nog een vraag over de techniek: maak je een kartonnen masker om te dodgen? En hoe bepaal je de juiste positie daarvoor – eerst het roodfilter erin schuiven, positioneren, vasthouden, timer uit, roodfilter weg, timer indrukken? En hoe bepaal je de tijd voor het nabelichten?
?
Ik neem aan dat je de tijdgecorrigeerde filtertabel uit het boekje gebruikt (met Y + M)?
</blockquote>
?
[Sorry, ik krijg dit quote-blok er niet uit...]
TR
Hoi Rolf Werner, ja, ik gebruik een scanner met een doorlichtunit. De scan van de hele film in één bestand vervangt voor mij de contactafdruk. Ik stel vervolgens op de computer het beeldfragment in en kijk of het motief er gespiegeld misschien beter uitziet. Daarna print ik de afbeelding uit met een eenvoudige printer en heb zo een notitieblokje waarop ik aantekeningen maak over gradaties en nabelichtingstijden:

Deze vellen gaan dan in een map.
€
Kartonnen maskers: Meestal volstaan mijn handen om bij het nabelichten bepaalde plekken af te dekken. Ik heb echter altijd wat zwart karton in het lab liggen, dat ik anders op maat knip of buig. Zo'n variabel hulpmiddel als jij (dit sjabloon) heb ik niet, maar ik zou het waarschijnlijk wel gebruiken. Dat lijkt me heel praktisch.
Roodfilter: Eerst test ik de belichting of het afschermen zonder papier. Als het papier in het kader ligt, gebruik ik natuurlijk eerst het roodfilter terwijl het sjabloon wordt gepositioneerd. Daarna het licht uit, het roodfilter eruit en belichten. Hier zou je drie handen moeten hebben!
€
"Tijdgecorrigeerde filtertabel van het papier (met Y + M)" Bij nabelichting heb ik niets meer aan tabellen. Hier gaat alles via teststukjes en op het oog. Maar
ik heb grijsschaal-linialen gemaakt. Dat werkt zo: ik belicht het teststukje met de basisbelichtingstijd en zoek op de liniaal de grijstint die ik wil bereiken. Dan kan ik aflezen met hoeveel procent (diafragma's) ik meer moet belichten om de gewenste toonwaarde te bereiken. Als je je eenmaal systematisch in het hele verhaal van de belichting hebt ingewerkt, kun je al heel goed afkorten. Toch herinner ik me steeds weer de woorden van mijn lerares, die me destijds aanvankelijk enigszins irriteerden: voor één enkele echt goede afdruk kun je best een hele Dukasessie investeren! We vergroten immers niet meer om snel een heleboel foto's te krijgen, maar om enkele geselecteerde unieke exemplaren,
fijne foto's, te maken. Vergroten is een ambacht.
Rolf-Werner
Een sjabloon? :unsure: Heb ik dat geschreven?? Dat zou ik ook wel willen... :)
?
Nee, ik bedoelde het precies zoals je het schreef, met drie handen... :wacko:
?
Natuurlijk, als je een echt mooie, grote afdruk wilt maken, doe je daar natuurlijk ook echt veel moeite voor. Alleen ben ik nog niet zo ver. Tot nu toe heb ik eerst een beetje "massaproductie" gedaan, een beetje standaard, een beetje rommelig. En ik heb vooral – met groeiend enthousiasme – wat zitten rommelen met papier met variabel contrast en met bariet, omdat ik met beide geen of weinig ervaring had. Het zit allemaal nog een beetje in de experimentele fase.
?
Eigenlijk wilde ik al beginnen met de bouw van mijn nieuwe Duka, maar dat is er nog niet van gekomen, dus heb ik me voorlopig in de feestzaal geïnstalleerd. Die is weliswaar lekker groot, maar ik moet wachten tot het buiten donker is en hem eerst met de oven op temperatuur brengen. De oven mag tijdens het werk echter niet branden, dat is te licht, dus ik moet de restwarmte gebruiken, zo'n uur, en dan weer een uur stoken.
?
Om even terug te komen op het onderwerp: je grijsschaal-linialen doen me denken aan Ansel Adams, zoals hij de keuze van het juiste papier beschrijft. Hij begint echter eerst met zacht papier vanuit de hoge lichten (niet de volledig witte delen van het beeld, maar de lichte), en als de hoge lichten kloppen, kijkt hij of de schaduwpartijen sterker moeten worden en neemt hij dan eventueel een gradatie die harder is (van dezelfde fabrikant, dat vindt hij belangrijk). Vervolgens maakt hij weer een teststrook voor de hoge lichten en kijkt of de schaduwen al verzinken. Vervolgens probeert hij het met afschaduwen of de gebruikelijke trucs (2-bad of een mengsel van Dektol en Selektol enz.). Hij gebruikte niet graag papier met variabel contrast, hij is er altijd zo mee weggekomen, schrijft hij.
?
Als hij een tussengradatie nodig had, schakelde hij over naar een andere fabrikant, wiens waarden er op de een of andere manier tussenin lagen (van Ilford naar Oriental naar Bleistift). Hij kreeg toen echter problemen met de nabewerking (tonen), omdat de papiersoorten nu eenmaal anders reageren.
?
Bij de negatieven waar ik afgelopen weekend mee heb geworsteld, zitten er een paar die vrij dun zijn, d.w.z. veel "witte" plekken op het negatief en een lage dichtheid. Andere zijn eerder normaal. Maar met het contrastvariabele en het vastgradatiepapier ben ik erin geslaagd om uit alle negatieven heel bruikbare foto's te toveren. Omdat de negatieven allemaal met mijn Rollei SLX zijn belicht, was de dichtheid binnen een filmrol erg vergelijkbaar, en kon ik zonder veel te hoeven proberen de ene foto na de andere afdrukken. Alleen als ik tijdens het fotograferen van filter was gewisseld, was er ook een verandering in dichtheid merkbaar, maar daarvoor heb ik snel "standaardwaarden" gevonden waar ik vanuit kon gaan. Het was, zoals gezegd, eerder massawerk, alles PE, maar voor dit doel was het helemaal oké. Echt mooie afdrukken maak ik dan later, en dan ook groter en van geselecteerde motieven.
?
Eerst wilde ik het papier met variabel contrast onder de knie krijgen en een beetje experimenteren. Aan je tip met de twee gradaties ben ik helaas niet meer toegekomen, om 2 uur 's nachts had ik geen kracht meer en heb ik de vloeistof weggegooid B)
?
Rolf