michi-gap
Hallo,
Ik heb me de laatste tijd een beetje verdiept in kleurvergrotingen. Helaas lukt het me niet echt goed met de filterinstellingen, dus heb ik geprobeerd me te verdiepen in hulpmiddelen. Ik heb echter geen echt goede antwoorden gevonden, dus heb ik de volgende vragen:
Helaas heb ik een beperkt budget, dus dure kleuranalysatoren zijn geen optie. Of zijn er ook goedkopere die de moeite waard zijn?
Heeft iemand van jullie hier wel eens kleurenkaarten voor gebruikt en kan iemand mij uitleggen hoe dat precies werkt?
Michael
TR
Ik heb dat met de kleurenafdruk maar één keer gedaan. Je weet toch wel dat je je het beste kunt oriënteren op een grijs gebied in het negatief? Als ik vaker kleurenafdrukken zou maken, zou ik, indien mogelijk, altijd een klein grijskaartje aan de rand van het motief plaatsen.
En wat betreft de analysator: die dingen zijn via eBay toch vrij goedkoop te koop. Anders heb je alleen zo'n bord met een kleurencirkel nodig, waarop de betreffende complementaire kleuren zijn afgebeeld.
Renate
Hallo,
De monsters moeten droog en onder een daglichtlamp worden bekeken. De kleurenkaart leg je ernaast. Op de kaart zoek je een afbeelding met een vergelijkbare kleurzweem. De bij die afbeelding aangegeven filterwaarden moeten bij de reeds bestaande filterwaarden worden opgeteld (let op het minteken!). Kleurenkaarten zijn te vinden in veel oudere leerboeken.
Een kleurzweem wordt altijd verwijderd door de filterwaarden van de complementaire kleur te verhogen of de filterwaarden van de foutieve kleur te verlagen. Bij het vergroten van negatieven worden alleen de kleurenfilters magenta en geel gebruikt. Cyaan blijft altijd op nul staan. Op de verpakkingen van het kleurenpapier staat een indicatie voor de basisfiltering. Die moet men als startwaarde instellen en van daaruit monsters maken.
Ik heb nog nooit een kleuranalysator gebruikt.
Met vriendelijke groeten
Renate
hambo
Hallo Michael
?
Daar moet ik Renate tegenspreken. De kleur van het filter is altijd de kleur van de kleurzweem. Als de foto dus te geel is, wordt de gele filtering versterkt.
?
Ik zal proberen je in een paar stappen uit te leggen hoe je een kopie zonder kleurzweem maakt. Het klopt inderdaad dat er alleen geel- en magenta-filters worden gebruikt als je met een kleurennegatief werkt. Kies om te beginnen een negatief dat zowel grijstinten als helder wit bevat, bijvoorbeeld een asfaltweg of een wit overhemd. Een foto van een markt of een voetgangerszone zou zeer geschikt zijn.
?
Of je nu begint met de nulkopie, dus zonder filter, of meteen met 30 30 --, laat ik aan jou over. Schrijf altijd met een zacht potlood de filterinstellingen op de achterkant van de proefopnames, en wel in de volgorde geel, magenta en cyaan. Ga dan aan de slag en maak proefstrepen met verschillende belichtingstijden of een stapsgewijze belichting. Pas als je de juiste belichtingstijd hebt gevonden, ga je filteren.
?
Dus nogmaals de onthoudregel: filterkleur is gelijk aan de kleurvlek!
?
Normaal gesproken is er een geel/magenta-tint, wat samen een roodtint oplevert. De filterkleur is dus rood, wat bestaat uit geel en magenta. Nu worden teststroken ondergaan bij toenemende belichting. Stel dat de kopie met 30 30 -- nog mooi rood is, verhoog dan de filters in stappen van 10. Maak daarom proefstrepen met 40 40 --, 50 50 --, 60 60 -- en 70 70 --.
?
Mocht dit nog niet voldoende zijn om een roodtint te verwijderen, maak dan nogmaals proefstrepen met hogere filterwaarden.
?
Let op, nu wordt het een beetje lastig. Als de ingestelde filtering hoger is dan de aanwezige kleurzweem in het negatief, dan slaat de kleurzweem om in de tegenkleur. Ik schrijf even snel de filterkleuren en tegenkleuren (complementaire kleuren) voor je op.
?
Geel --- Blauw
Magenta --- Groen
Cyaan --- Rood
?
Maar ook hier geldt weer de filterregel. Een voorbeeld: een afdruk met de filterinstelling 60 60 -- heeft nu een blauwe tint. Blauwe filterkleur bereik je met magenta en cyaan. Maar nu komt er nog een regel bij: er wordt nooit met drie kleuren gefilterd.
?
In detail ziet het er dan als volgt uit: de afdruk heeft bijvoorbeeld een blauwe tint met een sterkte van 10, dat vereist, opgeschreven in de gebruikelijke volgorde geel, magenta, cyaan, de filterinstelling -- 10 10.
?
Dit wordt nu opgeteld bij de bestaande filterinstelling: 60 60 --
???????????????????????????????????????????????????????????????????????????????????+-- 10 10
???????????????????????????????????????????????????????????????????????????????????-------------------
???????????????????????????????????????????????????????????????????????????????????? 60 70 10?
dus 60 geel, 70 magenta, 10 cyaan
?
De kleinste waarde wordt nu van alle kleuren afgetrokken: 60 70 10
??????????????????????????????????????????????????????????????????????????????????minus 10 10 10
??????????????????????????????????????????????????????????????????????????????????????????? --------------
???????????????????????????????????????????????? nieuwe filtering????????????????????? 50 60 --
?
Dit is nu veel theorie, maar het moet helaas wel. Als de magenta-filtering te hoog is, verschuift de kleurzweem naar groen, wat meestal heel goed te zien is aan huidtinten. De werkwijze is precies hetzelfde.
?
Het zou handig zijn om op gekleurd papier een contactafdruk van de hele film te maken. Filter deze zo ver dat sommige negatieven al goed gefilterd zijn, dan kun je aan de andere al zien welke kant de kleurzweem opgaat.
?
Eén ding heb ik tot nu toe nog niet genoemd, namelijk dat de filters licht opslokken. Voor elk filter dat je verhoogt, moet de belichtingstijd worden verlengd. Daarvoor zijn er vervelende tabellen waaruit je kunt afleiden met welke factor de tijd voor welke filtersterkte moet worden vermenigvuldigd. Hier is een laboratoriumbelichtingsmeter aan te raden; iets eenvoudigs zoals een Jobo Comparator is in eerste instantie voldoende.
?
Het werkt het beste als je de proefopnames voor de belichtingstijd maakt met ongeveer diafragma 11 op de vergrotingsoptiek. Dan, en nu komt een tip van een professional, verwijder je het negatief of schuif je de negatieftafel een stukje naar voren en kalibreer je vervolgens de belichtingsmeter, dat wil zeggen: leg hem op de basisplaat in de lichtkegel van de vergroter en draai aan de kalibratieknop totdat hij is afgesteld; bij de Comparator lichten dan beide diodes even fel op.
?
Als je nu de filtering verhoogt, leg je de comparator weer zonder negatief in de lichtkegel en stel je af met het diafragma. Omdat er licht door de filters wordt geabsorbeerd, zul je het diafragma moeten openen, maar er is ruimte voor, aangezien diafragma 11 de startwaarde was. De belichtingstijd blijft hetzelfde! Hiermee hebben we de heer Schwarzschildt en zijn effect gecompenseerd. Kleurpapier reageert namelijk op een verandering in de belichtingstijd met een andere kleurzweem, omdat de drie emulsies verschillende gevoeligheden hebben. Een foutbron minder.
?
Zo, veel succes met je experimenten.
?
Als je nog vragen hebt, laat het me dan weten.
?
Groeten
?
Jürgen
ThomasPauly
Nog een opmerking: de filterschalen zijn helaas niet voor alle fabrikanten gestandaardiseerd. Er zijn weliswaar handboeken en brochures die stapsgewijze voorbeelden van kleurzweem laten zien en de bijbehorende tegenfiltering in stappen van 10 aangeven, maar in de praktijk zijn deze slechts in beperkte mate bruikbaar.
Met eenvoudige analysers, die alleen gemiddelde metingen toestaan, kom je ook niet per se verder. Ze kunnen geen onderscheid maken tussen kleurzweem en kleurdominanten. Een groot groen grasveld op de foto wordt dus geïnterpreteerd als een groene zweem; de weergegeven filtering (groen) leidt dan tot een complementaire (paarse) zweem in het positief. Bovendien wegen de (meestal minder beeldbepalende) schaduwen, omdat ze in het negatief meer licht doorlaten dan de (eigenlijk interessante) middentonen, onevenredig zwaar mee in de gemiddelde meting, wat een extra bron van fouten kan zijn. Met dit soort metingen kan men hooguit het gewenste resultaat benaderen en moet men de fijnafstemming toch nog met teststroken uitvoeren.
Analysers uit de topklasse zijn zeer gevoelig en maken ook bij grote vergrotingsschalen puntmetingen mogelijk op een referentieoppervlak, bijvoorbeeld een grijskaart, die aan het begin van een opnameserie wordt opgenomen of aan de rand van het beeld wordt meefotografeerd.
Als men zonder analysator werkt, is het toverwoord bij de kleurverwerking "constantie". Het beste is om altijd slechts één type film en papier te gebruiken en daarvan een jaarvoorraad aan te schaffen. De materialen moeten in de koelkast worden bewaard. Belangrijk is ook een laboratorium dat een professionele kwaliteitscontrole van het C-41-proces uitvoert. Als de factoren aan de materiaal- en verwerkingszijde grotendeels constant zijn, hoeft men alleen nog maar de kleurtemperatuur van het opnamelicht te compenseren. Men beweegt zich dan meestal binnen een bandbreedte die met enige ervaring redelijk kan worden ingeschat, zodat men met één of twee proefstrips tot het gewenste resultaat komt – ook zonder analysator.
De beste inleiding in de kleurverwerking die ik ken, is een Agfa-brochure die met verschillende updates vanaf de jaren zestig tot in de jaren tachtig is uitgegeven. De uitleg over het bepalen van filters geldt ook vandaag de dag nog onveranderd. Misschien is deze ergens antiquarisch te vinden.
Groeten
tepe
Gast
Nog een opmerking: de filterschalen zijn helaas niet voor alle fabrikanten gestandaardiseerd.
€
Daarvoor heb ik een omrekeningstabel voor mijn Meochrome 2. Aangezien ik ook ORWO/AGFA-filters heb, is dat heel interessant om volgens de oude ORWO-instructies te werken :-)
€
Overigens had het papier van Fuji dat ik net had gekocht geen basisfilter opgedrukt.
michi-gap
Hallo allemaal,
Hartelijk dank voor de tips! Ik ga dan eerst eens proberen de filtering zonder analyser voor elkaar te krijgen.
Michael