HerbertWalter
Hallo, ik ben nieuw op dit forum en wil me even kort voorstellen.
?
Mijn naam is Herbert en ik kom uit Oostenrijk. Sinds enige tijd fotografeer ik weer analoog in zwart-wit, zowel op kleinbeeld als middenformaat.
Ik heb mijn negatieven altijd zelf ontwikkeld en ben nu ook begonnen met het vergroten van positieve foto's. Ik heb een Opemus 6a aangeschaft. Voor middenformaat gebruik ik de inlegglasjes (het bovenste is speciaal behandeld) en voor kleinformaat gebruik ik de inlegmaskers. Nu mijn eerste vraag -
In de filterlade zit een glas dat eruitziet als een antinewtonglas. Eén kant is glad en één kant is ruw behandeld. Heb ik dit glas nodig voor het vergroten? Ik gebruik geen filters, omdat ik nog steeds papier met vaste gradatie gebruik. Als het glas nodig is – welke kant moet dan naar boven? Ik neem aan dat het bij inlegmaskers zonder glas hetzelfde effect heeft als het behandelde inlegglas bij middenformaat.
Nu naar vraag twee:
Ik gebruik fotopapier Work (Tetenal) gradatie 3 en als ontwikkelaar Amaloco 1001. De voorgeschreven ontwikkeltijd is 90 sec bij 20 graden. Maar het lijkt me dat de foto's in die tijd niet helemaal ontwikkeld zijn. Ze zijn gewoon vaal. Als ik langer belicht, worden ze donkerder, maar ze blijven vaal en zonder contrast. Ik heb verschillende belichtingstijden, teststroken en natuurlijk kostbaar papier verspild, maar ben niet tot een bevredigend resultaat gekomen. Ik heb ook de ontwikkelaar opnieuw aangemaakt. Ik heb de belichting vervolgens zo ingesteld dat de afbeelding qua tekening klopt en de ontwikkeltijd verlengd tot ca. 120 sec. Resultaat: de afbeelding komt heel dicht in de buurt van de in het fotolab ontwikkelde voorbeeldafbeelding. Vraag aan jullie: moet men zich houden aan de aanwijzingen met betrekking tot ontwikkeltijden van de papier- en ontwikkelaarproducenten, of kan men daar overheen stappen en zelf experimenteren? In mijn geval heeft het geholpen, maar aangezien ik nog een beginner ben, weet ik niet of dit juist is.
Ik heb ook gehoord van de methode waarbij je de seconden telt tot het eerste tonen van het papier in de ontwikkelaar en deze vervolgens vermenigvuldigt met de factor 6. Dat is dan de ontwikkeltijd. Dat komt in de buurt van mijn 120 sec.
Ik heb mijn fotopapier ook aan de sluiertest onderworpen – alles klopt.
Dat was veel voor het begin, maar jullie zouden me enorm helpen om ervoor te zorgen dat het plezier in deze mooie hobby niet weer afneemt.
?
Met vriendelijke groeten
Herbert
?
?
?
?
?
?
TR
Hallo,
Het glas in de filterhouder dient alleen om het licht van de condensor extra te verspreiden in de richting van het negatief. Mogelijk heeft het ook nog de functie om de warmte van de gloeilamp van het negatief weg te houden. Het maakt waarschijnlijk niet uit hoe het ligt. Dit heeft niets te maken met het speciale "anti-Newton-glas" in de beeldtafel waar je het over hebt. Dat is iets anders.
Wat betreft het papier: het is inderdaad de beste manier om de totale ontwikkeltijd te bepalen volgens de door jou genoemde "factormethode". Belangrijk is dat je de belichtingstijd zo "instelt" dat het maximale zwart in de schaduwen (de donkerste delen van de foto) net wordt bereikt, zonder dat de details daarin verdwijnen (dit veronderstelt natuurlijk een correct belicht negatief). Een zwarte trui moet bijvoorbeeld daadwerkelijk zwart worden weergegeven zonder dat de plooien ervan verdwijnen – maar net nog zichtbaar zijn.
En nu wordt het concreet: als de hoge lichten (de helderste delen van je foto) bij precies deze belichtingstijd al te grijs zijn, is je papier simpelweg te zacht. Als de hoge lichten bij deze belichtingstijd echter nog "uitgebleekt" zijn, is je papier gewoon te hard voor het negatief.
Met multikontrastpapier kun je dit eenvoudig regelen (waarbij de belichtingstijden voor de schaduwen echter weer veranderen). Bij je vastgradatiepapier ben je helaas aangewezen op omslachtige (en tegenwoordig meestal overbodige) technieken zoals het "sublimale voorbelichten" van eigenlijk iets te hard papier of de "tweebadontwikkeling" ervan. Ook een sponsbehandeling met geconcentreerde ontwikkelaar zou bij te hard papier nog wat detail in de lichten kunnen brengen.
Als je papier echter te zacht is, zou je de (te grijze) lichten achteraf weer kunnen verhelderen met Farmers-verzwakkers op een spons. Maar dan had je beter meteen voor een harder papier kunnen kiezen.
Belangrijk is in de eerste plaats dat je de belichtingstijd altijd afstemt op de schaduwen (of het maximale zwart dat daar net voorkomt). Je moet – puur technisch gezien – een foto niet "globaal" beoordelen, maar altijd kijken naar de schaduwen en lichten en de belichtingstijd & gradatie daarop afstemmen.
Of je toestel nu een "Opemus 6" van Meopta is – om even op de titel van het onderwerp terug te komen – of een kast van bijvoorbeeld Durst, maakt daarbij niet uit. Ook de positiefontwikkelaar speelt nauwelijks een rol, evenmin als het papier, tenzij het is overbelicht en daardoor van nature meestal iets zachter is geworden.
TR
Moet men zich houden aan de aanwijzingen van de papier- en ontwikkelaarproducenten met betrekking tot de ontwikkeltijd
?
?
Je kunt het beste altijd met de factormethode werken. De fabrikant van de chemicaliën weet immers niet hoe jouw papier precies is samengesteld en hoe ver je ontwikkelaaroplossing is verbruikt.
Als je helemaal geen acceptabele resultaten krijgt, zou je moeten overwegen of je ontwikkelaarsconcentraat zelf niet al "kapot" is.
Versleten of "kapotte" ontwikkelaar kenmerkt zich doordat alleen met heel veel licht nog een maximaal zwart wordt bereikt en dat hierbij de middentonen en hoge lichten te donker worden – dat hij dus veel te zacht werkt.
bernhardmangelsgmxde
Als de afdrukken bij gradatie 3 veel te zacht worden, klopte er volgens mij iets niet met de belichting van het negatief en/of de ontwikkeling. Met multigrade-/multicontrast-/variocontrastpapier kun je ook gewoon een hardere gradatie kiezen om dat te compenseren, maar de betere manier is waarschijnlijk om ervoor te zorgen dat je je negatieven zo krijgt dat je ze goed kunt vergroten met graad 2 of 3.
HerbertWalter
Hallo, bedankt voor jullie advies!
Ik ga de suggesties eens nader bekijken.
Ik had al het vermoeden dat het aan de negatieven lag, maar bij de laboratoriumontwikkeling waren de foto’s in orde.
€
Nogmaals bedankt
€
Herbert
TR
Als het papier ouder is, kan dat natuurlijk ook de oorzaak zijn (zelfs nog vóór de ontwikkelaar). Oud papier wordt zacht en krijgt een licht grijze tint.
TobiasCallenius
Herbert, weet je zeker dat er bij de laboratoriumontwikkeling gradatie 3 is gebruikt? In geval van twijfel is er multigrade-papier gebruikt en dus aangepast aan het negatief. Dat is nu juist het sterke punt van multigrade. Er zijn nog maar weinig mensen die papier met een vaste gradatie gebruiken, juist om die reden. Wie dat wel doet, heeft daar speciale redenen voor.
Groeten,
Tobias
HerbertWalter
Hallo, bedankt voor jullie reacties.
€
Ik ga multigradepapier en de benodigde filters voor mijn vergroter aanschaffen en gaan experimenteren met proefstrips.
Ik heb een vraag over de teststroken; voor de belichting worden de volgende tijden aangegeven: 2, 4, 8, 16, 32 sec.
Waarom wordt de vorige waarde telkens verdubbeld? Ik dacht eerder aan een oplopende tijd met een verhoging van telkens 5 sec.
€
Groeten, Herbert
Morte
Voor de belichtingstijd worden de volgende waarden opgegeven: 2, 4, 8, 16, 32 sec.
Waarom wordt de vorige waarde telkens verdubbeld? Ik dacht eerder aan een oplopende tijd met een verhoging van telkens 5 sec.
?
Het verdubbelen komt overeen met het verdubbelen van de hoeveelheid licht en dus precies één stop verschil (zoals bij het belichten van film). Dat is handig om de juiste belichtingstijd te vinden. Als je dan het gevoel hebt dat je ideale belichting ergens tussen twee tijden ligt, kun je je er in stappen van vijf of twee tot één seconde naartoe werken. Als je het meteen doet, verspil je onnodig papier, tijd en geduld.
TR
Waarom wordt de vorige waarde telkens verdubbeld? Ik dacht eerder aan een doorlopende tijd die telkens met 5 seconden wordt verlengd.
?
Bij langere tijden is een vast verschil van bijvoorbeeld 5 seconden nauwelijks nog merkbaar. Het tijdsverschil tussen twee teststroken moet dus bij langere tijden steeds groter worden, om zo snel mogelijk tot sluitende resultaten te komen. Ik werk altijd met de waarden die ook op de objectieven staan: 4 - 5,6 - 8 - 11 - 16 - 22 - 32. Zo kom ik snel tot een eerste goed resultaat (en dan is het tijd voor het fijne werk).
HerbertWalter
Hallo, bedankt voor de informatie over de belichtingstijden.
€
Ik heb nog een vraag;
€
Hoe lang is een concentraat van een ontwikkelaar in een geopende fles doorgaans houdbaar?
En hoe lang een verdunde ontwikkelaar?
Ik gebruik de ontwikkelaar van Amaloco 1001 SW en 6006 SW.
€
Met vriendelijke groeten
€
Herbert
piu58
Het concentraat blijft in ieder geval een jaar goed. Ik had ooit voor een test van de fabrikant 8 liter concentraat van verschillende merken gekregen, en dat heb ik niet allemaal kunnen opmaken. Na drie jaar was het ene volledig bedorven, terwijl het andere nog werkte, maar al bruin uit de fles kwam.